Validatie bij het doorgeven van waarnemingen

Wie paddenstoelenwaarnemingen doorgeeft aan de Kartering, levert een bijdrage aan het gegevensbestand van de NMV. Een bestand dat in januari 2014 meer dan 2 miljoen records omvatte. Omdat dit bestand voor wetenschappelijke doeleinden wordt gebruikt, draagt de inbrenger van waarnemingen ook verantwoordelijkheid voor de correctheid hiervan. Dit betekent dat ALLEEN waarnemingen mogen worden opgegeven, waarvan de determinatie 100% ZEKER is.
Waarnemingslijsten inleveren is daarom geen kwestie van “scoren”, maar vooral van integriteit!

Nieuwe validatiecriteria
In de nieuwe standaardlijst hebben veel soorten validatiecodes gekregen: het 'MCF'-systeem. De codes geven aan dat een soort bewaard (C), microscopisch gecontroleerd (M) en/of gefotografeerd (F) moet worden. Hieronder (en in hoofdstuk 5 van de standaardlijst) worden deze criteria nader toegelicht. Soorten die opgegeven worden, zonder dat aan de validatiecriteria is voldaan, kunnen geweigerd worden.
Omdat de kwaliteit van ons gegevensbestand ermee in het geding is, ziet de WPN validatie als een noodzakelijke voorwaarde, die door iedereen serieus genomen wordt.

Microscopische controle (M).
Soorten waarbij microscopische controle (meestal) nodig is voor een zekere determinatie zijn aangeduid met een ‘M’. Dit is een belangrijk signaal voor waarnemers om tijdens excursies materiaal mee te nemen en thuis met behulp van literatuur op relevante microscopische kenmerken te toetsen. Dit criterium kan zowel zeldzame als algemene soorten betreffen, van de laatste bijvoorbeeld Wit oorzwammetje (Crepidotus variabilis) en Rondsporig oorzwammetje (C. cesatii). Bij validatie zijn waarnemingen van deze soorten zonder microscopische controles meestal onaanvaardbaar, tenzij opgegeven door specialisten met veel ervaring. Opgaven zonder microscopische controle zullen worden opgenomen onder een sensu lato soort, in het genoemde voorbeeld als Crepidotus variabilis sensu lato.

Collectie (C).
Soorten met een aanduiding ‘C’ zijn zo zeldzaam of kritisch dat het bewaren van een goed gedroogde bewijscollectie gewenst is. Dit materiaal kan door de districtscoŲrdinator worden opgevraagd en desgewenst ter controle aan specialisten worden toegestuurd. Het herbariummateriaal moet niet alleen goed geconserveerd zijn maar ook, indien relevant, voorzien zijn van aantekeningen over essentiŽle kenmerken van het verse materiaal. Ook hier geldt dat deze aanbeveling minder zwaar weegt naarmate de waarnemer meer ervaring met de betreffende groep heeft.

Foto (F).
Voor deze soorten is het maken van een foto door de waarnemer gewenst omdat deze belangrijke (aanvullende) informatie levert voor de beoordeling van opgaven van zeldzame en kritische soorten. Het is in sommige gevallen een minder tijdrovend alternatief voor het maken van een collectie. Ook voor sommige minder zeldzame soorten wordt een foto aanbevolen omdat opgaven in het verleden deels onbetrouwbaar bleken. Op de foto moeten de belangrijke kenmerken van de soort zichtbaar zijn, dus bij plaatjeszwammen vaak boven- en onderzijde, soms ook een doorsnede, bijvoorbeeld als het vlees verkleurt.