Nieuws over nieuwe soorten ‒ signaleringrubriek

Als u ook nieuws heeft met betrekking tot nieuwe soorten, mail dan naar agutter@paddestoelenkartering.nl
Field Mycologie 15(4) Krulzomen
Recente moleculaire studies hebben nieuw licht geworpen op het krulzomencomplex met als uitkomst dat er in Europa nu vijf soorten zijn. Een ervan blijkt, indien vers, te reageren met ammoniak: de hoedhuid wordt onmiddellijk helder groen als je dat erop smeert. Het betreft Paxillus ammoniavirescens, die in onze standaardlijst staat als P. validus. In de online verspreidingsatlas zien we van deze soort maar n stip, maar nu de ammoniaktest is ontdekt, is al gebleken dat deze soort regelmatig te vinden is en wellicht algemeen voorkomt in ons land! Als mycoloog doe je er nu dus goed aan om een afterbite-stift (Kruidvat) in je tas te stoppen: de eenvoudigste manier om ammoniak mee te nemen in het veld!
De eerste sleutel (overgenomen van Jargeat, 2014), waarin de vijf soorten zijn opgenomen, verscheen deze maand (november 2014) in Field Mycology, waarin ook foto's en een beknopte beschrijving staan. Het artikel gaat in op recente moleculaire studies (2008, 2012 en 2014) en de hieruit voortvloeiende consequenties. En daarvan is dat er uit het involutus-complex een nieuwe soort is komen bovendrijven: P. cuprinus, die volgens het artikel op zonnige plaatsen staat en hoofdzakelijk geassocieerd is met berk. Omdat P. involutus sensu stricto, hoewel beschreven als schaduwsoort uit bossen, soms toch op lichtere plekken groeit en ook bij berk kan staan, is microscopisch onderzoek noodzakelijk om deze nieuwe soort met zekerheid te kunnen onderscheiden. Dit gebeurt op basis van de sporen, die net onder de top een versmalling hebben (zie foto). Paxillus cuprinus is nog niet
Paxillus cuprinus vastgesteld in ons land, maar zou wel eens algemeen kunnen zijn!

Foto met sporen van P. cuprinus met apicale versmalling door G. Kibby.
Alick Henrici & Geoffrey Kibby, 2014. Paxillus - an end to confusion? Field Mycology 15(4):121-127.

Paxillus ammoniavirescens op MycoBank
Paxillus cuprinus op MycoBank
Field Mycologie 15(4) Nieuws over polyporen
Het nieuwe polyporenboek van Ryvarden & Melo bevat maar liefst 20% meer soorten dan zijn voorganger: 'European Polypores' (Ryvarden & Gilbertson, 1993), in totaal 394 soorten. Hoewel de naamgeving behoudend is (Ganoderma lipsiense heet nog G. applanatum, is het boek toch aan de nieuwste inzichten aangepast en een must voor polyporenliefhebbers. Een uitgebreide recensie is opgenomen in Coolia 57(4), blz. 220-222.
L. Ryvarden & I. Melo, 2014. Poroid fungi of Europe. Synopsis Fungorum 31 - Fungiflora. 455 pp.

Perenniporia meridionalis Perenniporia meridionalis werd door onze 'eigen' Joost Stalpers (samen met C. Decock) in 2006 beschreven in Zuid-Europa. De gaatjeskorst groeit op dood (groot) eikenhout en is tijdens het Cristella-weekend in Ter Apel (november 2014) voor de tweede keer gevonden in ons land. Daar groeide hij op eikenstammen die als zitbank rond een kampvuurplaats waren neergelegd.
Perenniporia meridionalis op MycoBank


Phellinus igniarius s.s. Phellinus igniarius (Echte vuurzwam) komt alleen voor op wilg. Dat is anders dan in het 'Overzicht van de paddestoelen in Nederland' (Arnolds, Kuyper & Noordeloos, 1995) en ook nog op de Verspreidingsatlas.nl staat: loofbomen met een voorkeur voor populier. Uit recent onderzoek blijkt dat alle 'Echte vuurzwammen' die niet op wilg staan een andere soort betreffen, wat kan zijn Phellinus populicola op Populus of P. alni (in de literatuur, ook in het hierboven besproken boek, nog gezien als synoniem voor P. igniarius). Bijgaande foto is misschien de eerste bevestigde vondst van P. igniarius ss. in ons land, wie zal het zeggen? Voorlopig kun je de echte Echte vuurzwam nog niet sensu stricto opgeven, zodat het vanaf nu van extra groot belang is dat altijd de boomsoort bij een waarneming wordt vermeld!
Phellinus alni op MycoBank
Phellinus igniarius op MycoBank
Phellinus populicola op MycoBank

Postia alni (vaal)blauwe kaaszwammen
Op naaldhout hebben we de Blauwe kaaszwam (Postia caesia) en op loofhout de Vaalblauwe kaaszwam (Postia subcaesia). Dat was lekker makkelijk. Maar in ons land komt nog een vaal, blauwgrijs ding op loofhout voor, die nog niet in de standaardlijst staat: Postia alni. Hoewel deze soort enkele goede veldkenmerken heeft (vaak driehoekig aangehecht en een dunne rand, 5-6 porin per mm i.p.v. 4-5 en iets viltige hoedjes, i.p.v. glad) is microscopische controle voortaan dus toch nodig! Het microscopische verschil zit 'm niet in de sporen, maar in de basidia, die kleiner zijn: bij P. alni 10-15 x 4-5 μm, bij P. subcaesia 15-25 x 4,5-6,5 μm.
Postia alni op MycoBank