Bijzondere Waarnemingen in 2011

10 december 2011: Oranje dennenslijmkop op de Meinweg (L.)

Oranje dennenslijmkop
Hygrophorus hypothejus var. aureus (Arrh.) Imler
Oranje dennenslijmkop door Peter Eenshuistra
Foto: Peter Eenshuistra (2011)

Beschrijving:
Afgelopen zaterdag was ik met een KNNV-mossenexcursie mee op de Meinweg. Op een gegeven moment vond ik langs de IJzeren Rijn tussen stenen bij grove den een groepje van vijf fraai oranje gekleurde Dennenslijmkoppen. Thuis kwam ik er achter dat er een uiterst zeldzame oranje vorm (var. aureus) is beschreven en dat deze in Nederland uiterst zeldzaam is (volgens NMV verspreidingsatlas na 1990 niet meer in Nederland gevonden). De vijf exemplaren stonden op een meter afstand van vijftien gewone Dennenslijmkoppen (H. hypothejus var. hypothejus). Binnen zestig meter stonden wel nog wel vijftig gewone Dennenslijmkoppen. Dat de oranje exemplaren zo dicht bij de gewone Dennenslijmkoppen groeiden, is een bevestiging dat het om een variŽteit gaat en niet om een aparte soort, zoals de autauers van de Funga Nordica denken.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 220 (als Hygrophorus aureus).
E. Arnolds (1990): Hygrophorus, in: Flora Agaricina Neerlandica Vol.2, blz. 128.

19 november 2011: Slijmwasplaten op Oostvoorne

Slijmwasplaat
Hygrocybe laeta (Pers.) P. Kumm.
Slijmwasplaat door Eline Vis
Foto: Eline Vis (2011)

Beschrijving:
Begin november, op een mistige zaterdagmiddag, liep ik in het binnenduin op zoek naar wasplaatjes in het gras. Er is een mosrijk deel waar grote grazers het duin open moeten houden, dus ligt hier en daar wat mest. De week tevoren had ik er een groepje Kabouterwasplaten (Hygrocybe insipida), Papegaaizwammetjes (H. psittacina) en wat Geurende wasplaten (H. russocoriacea) gevonden. Toen ik op de terugweg op een andere plek wat Geurende wasplaatjes vond en op de knieŽn ging, bleken daartussen allerlei kleine paddenstoeltjes net of net niet met hun kop boven het gras, de wilde tijm en het mos uit te komen. Ik dacht eerst aan Mosklokjes (Gallerina spp.), maar verbaasde mij over de dikke slijmlaag op de hoedjes en de steel. Thuisgekomen bleek het om de Slijmwasplaat te gaan! De vondst is bevestigd door Eef Arnolds.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
D. Boertman (1996): The genus Hygrocybe, blz. 84.
E. Arnolds (1990): Hygrocybe, in: Flora Agaricina Neerlandica Vol.2, blz. 106.

4 november 2011: Prachttrechtertje in het Bunderbos

Prachttrechtertje
Haasiella venustissima (Fr.) Kotl. & Pouzar
Prachttrechtertje door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2011)

Beschrijving:
Het Bunderbos nabij Geulle levert regelmatig leuke vondsten op. Tussen de brandnetels nabij een plek waar veel dood loofhout lag, stond een opvallend oranje gekleurd paddenstoeltje met evenzo gekleurde lamellen. Het fraaie gefranjerde hoedje was slechts 1,4 cm groot. Microscopisch onderzoek liet mij 1- en 2-sporige basidiŽn zien en kleurloze sporen gevuld met vele oliedruppeltjes. Dit herkende ik niet en heb daarom Thom Kuyper gebeld. Thom wilde er graag naar kijken. Met de boeken kwamen we uit op het Prachttrechterje, een zeer zeldzame paddenstoel, slechts bekend van twee atlasblokken: beide in Limburg. Deze soort is bijzonder vanwege een hoedstructuur met zg. intracellulaire carotenoÔde pigmenten.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2001): Die GroŖpilze Baden-WŁrttembergs Band. 3, blz. 249.
Th.W. Kuyper (1995): Haasiella, in: Flora Agaricina Neerlandica Vol.3, blz. 64.

27 oktober 2011: nieuwe vondst van Holwaya mucida in Heemstede

Kleverig lindebekertje
Holwaya mucida (Schulzer) Korf & Abawi
Holwaya mucida door Lou van der Linde
Foto: Lou van der Linde (2011)

Beschrijving:
Dit zeldzame zwammetje, alleen bekend uit Canada, Noord- en Oost-Europa, verscheen twee jaar geleden plotseling in ons land op een oude, liggende lindenstam. Omdat groot dood lindenhout zeldzaam is in ons land, verklaart dat deels de zeldzaamheid, maar omdat het bosbeheer al een aantal jaren er op is gericht meer dood hout in het bos te laten, werd ook verwacht dat het niet bij die eerste vondst zou blijven. En nu vond Lou van der Linde uit Hoofddorp de paddenstoel dan opnieuw! In het Groenedaalse bos in Heemstede, op stammen en takken van een linde, die tussen een gemaakte wal van takken en bomen lag. Zie verder bij de waarneming van 2009.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 152.

22 oktober 2011: Weerhuisjes bij Doorn

Weerhuisje
Astraeus hygrometricus (Pers.) Morgan
Weerhuisje door Herman van den Bijtel
Foto: Herman van den Bijtel (2011)

Beschrijving:
De weerhuisjes werden ontdekt in de bermen van de een oude beukenlaan met schrale bermen op een dekzanduitloper van de Utrechtse Heuvelrug. Samen met zijn vrouw ontdekte Herman van den Bijtel de paddenstoelen al op 8 oktober. Over een traject van ca. 70 meter aan beide zijden van de weg vonden zij 76 voornamelijk oude vruchtlichamen, maar ook nog een paar 'bollen'. Op 17 oktober gingen zij weer kijken en toen vonden met veel moeite nog maar veertig oude en door de nachtvorst aangetaste vruchtlichamen. Ook toen waren er echter nog een paar verse 'bollen' aanwezig. Daarom hebben bezochten zij op de 22e nogmaals deze bermen. In eerste instantie leken er alleen we maar enkele oude exemplaren te staan, maar na enig zoeken, verstopt onder gevallen beukenblad en gras, ook een vrij groot aantal verse. In totaal werden die dag 131 vruchtlichamen geteld.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2008): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 616.
L.M. Jalink (1995): De aardsterren van Nederland en BelgiŽ, blz. 30.

20 oktober 2011: Strogele knotszwam op een begraafplaats te Rheden

Strogele knotszwam
Clavaria straminea Cotton
Strogele knotszwam door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2011)

Beschrijving:
Op een rustige donderdag had ik nog net even tijd om op begraafplaats Heiderust in Rheden te kijken. Achteraan deze begraafplaats bevindt zich schraal grasland, waar vaak leuke graslandpaddenstoelen groeien, zoals Aardtongen, Wasplaten en Knotszwammen. Na het ťťn en ander gefotografeerd te hebben, ontdekte ik plotseling een veldje vol met witgelige knotszwammetjes, die bijna allemaal alleenstaand waren. Deze kleintjes kostten enige moeite om netjes op de foto te krijgen en bij het wegknippen van de grassprieten zag ik dat ze een mooie diepgele steel bezaten. Thuis, onder de microscoop zag ik eironde tot bolronde sporen die glad en kleurloos waren met een korrelige inhoud en een prominente apiculus. Samen met het macroscopische kenmerk van de gele steel, die steeds duidelijk van de bleekgelige vruchtlichamen gescheiden wars, kwam ik uit op de Strogele knotszwam. Deze zeer zeldzame bedreigde paddenstoel is slechts bekend van vijf atlasblokken.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
R.A. Maas Geesteranus (1976): De fungi van Nederland: De Clavarioide Fungi, blz 19.

17 oktober 2011: Verkleurend kleefhoedje in De Lutte (Twente)

Verkleurend kleefhoedje
Bolbitius titubans var. olivaceus (Gillet) Arnolds
Verkleurend kleefhoedje door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2011)

Beschrijving:
Mooi weer, dus maar eens een extra middagje op stap met een deel van onze werkgroep. Dat levert meestal wel iets leuks op. Een tuintje in De Lutte, bedekt met houtsnippers, trekt de aandacht van Ineke Bielen. Verrast door de mooie tekening van de voor ons nog onbekende paddenstoelen liggen we direct op onze knieŽn. Gissend naar de naamgeving valt ons het verschil in kleur en kleverigheid op. Met de beschikbare documenten is de juiste naam dan ook al snel een feit. Het Verkleurend kleefhoedje: een nauwe verwant van de Dooiergele mestzwam (B. titubans var. titubans). Het kleefhoedje heeft duidelijk grotere sporen en basidiŽn. Afbeeldingen laten zien dat zowel de olijfgroene kleur als de tekening op de hoed kan verschillen. Ook bij oudere exemplaren verandert de kleur. Alleen bij de nieuwkomers is de hoed nog kogelrond en kleverig. Soms met daar bovenop liggende aders, maar ook wel zonder en lichter van kleur. Deze adventieve en mooie soort is nog zeer zeldzaam.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 626 (als Bolbitius variicolor).
E. Arnolds (2005): Bolbitius Fr. in: Flora Agaricina Neerlandica Vol. 6, blz, 113.

14 oktober 2011: Prachtmycena op Oostvoorne

Prachtmycena
Mycena crocata (Schrad.) P. Kumm.
Prachtmycena door Eline Vis
Foto: Eline Vis (2011)

Beschrijving:
Het gemengde loofbos is altijd wel goed om wat leuke paddenstoelen te zien. Vrijwel meteen bij de ingang het door brandnetels bijna dichtgegroeide paadje genomen. Het is daar nogal licht, doordat de buitenste bomenrij is weggehaald. Op de dik bebladerde, verder kaleplek onder een aantal oude beuken stond daar dat prachtige oranje-rode, dunne, lange steeltje met een klein wittig hoedje! Meteen de camera's tevoorschijn gehaald en langzaam begon het tot me door te dringen dat het dezelfde paddenstoel zou kunnen zijn, die ik enkele jaren geleden aan een bosrand in Zwitserland gevonden had. Op de terugweg toch nog even kijken en ons oog viel op twee andere exemplaren: ťťn met de beschreven grijzig bruinige hoed en de ander met een mooi oranje geel gekleurde, die van een ouder exemplaar. We hebben in totaal vier Prachtmycena’s mogen bekijken en bewonderen. Wťťr heeft "ons" bos ťťn van zijn geheimen prijsgegeven!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen, blz. 253.
E. Gerhardt (2008): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 204.

7 oktober 2011: Gele grondkorstzwam in Twente

Gele grondkorstzwam
Stereopsis vitellina (S. Lundell) D.A. Reid
Gele grondkorstzwam door Dini Koopmans
Foto: Dini Koopmans (2011)

Beschrijving:
In een ondiepe greppel tussen het mos in een beukenlaan vond Marian Jagers enkele weken geleden diverse geel gekleurde zwammetjes. Ze waren gesteeld, tot bijna twee cm lang en spatel- tot waaiervormig. Het oppervlak van het vruchtlichaam was aan zowel de boven- als onderzijde glad. Tot welke vormgroep ze behoorden was onduidelijk, maar na een kleine tip kon deze gesp- en cystidenloze vondst vrij eenvoudig worden gedetermineerd als Gele grondkorstzwam.
De gele grondkorstzwam groeit volgens de literatuur op de grond in voedsel- en kalkarme bossen, in karrensporen, in verticale wanden en ook in holen van kleine dieren zoals mollen en muizen en vormt mogelijk mycorrhiza. Het geringe formaat en onbekendheid met deze soort dragen mogelijk bij aan het geringe aantal meldingen. Afgelopen week brachten Dini Koopmans en Marian Jagers een bezoek aan het Nijreesbos bij Almelo, waar zij de Gele grondkorstzwam nog een keer vonden. Ook daar groeit de soort in een laan bij beuken (toeval?) in de slootkant tussen het mos.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
A. Bernicchia & S.P. Gorjůn (2010): Fungi Europaei 12: Corticiaceae s.l., blz. 632 (alleen uitgesleuteld, niet beschreven).
L. Hansen & H. Knudsen (1997): Nordic Macromycetes deel 3, blz. 193.
J. Eriksson et al (1976-1987): The Corticiaeae of North Europe deel 7, blz. 1415.

18 september 2011: Dwergboomwrat in het Roderveld (Twente)

Dwergboomwrat
Lycogala conicum Pers.
Dwergboomwrat door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2011)

Beschrijving:
Een uurtje fietsen dicht bij huis bracht me bij een greppel, waar ik elk jaar controleer of de Eierzakjes nog steeds blijven terugkomen. Dit keer was hun aantal miniem en ze waren stukken kleiner. Om dit te ontwaren heb ik leesbril en loep nodig. Eenmaal bezig met zoeken, trokken eveneens minieme rode puntjes op een vergane eikentak mijn aandacht. Ze zien er uit als een tepeltje of wratje. De grootste zijn 3 mm. hoog en kegelvormig. Het bleek de Dwergboomwrat te zijn. Deze konische mini is een slijmzwam (myxomyceet) die altijd los van elkaar, maar meestal in groepjes op vochtige en beschaduwde plaatsen voorkomt. Ze hechten zich zowel aan vergaan hout en blad als mosstengels. Zolang hun kleur opvalt zijn ze nog redelijk te vinden. In een dag of vijf verandert de Dwerg boomwrat geleidelijk van rood naar een metaalachtig bruin en ze zijn dan praktisch onzichtbaar. Geen wonder dat ze als zeer zeldzaam geboekt staan. Je moet beslist dat opvallendste kleurmoment treffen en vooral fanatiek blijven speuren.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
N.E. Nannenga-Bremekamp (1974): De Nederlandse Myxomyceten, blz. 79.

2 september 2011: Humusbekerzwammen in Zuid-Limburg

Humusbekerzwam
Humaria solsequia (Quťl.) Van Vooren & Moyne
(= H. aurantia (Clem.) Hšffner, Benkert & Krisai)
Humusbekerzwam door Ron Bronckers
Foto: Ron Bronckers (2011)

Beschrijving:
De tweede vondst voor Zuid-Limburg (derde voor Nederland) in een hellingbos nabij Vilt. Verspreid solitair of in kleine groepjes groeiend op een dunne humuslaag aan de rand van een erosiegeul langs een onverhard bospad. Macroscopisch in alle opzichten sterk lijkend op de algemene Kleine bruine bekerzwam (Humaria hemisphaerica), maar qua kleur zwevend tussen geel, oranje en rood met een eveneens bruine beharing. Jong bolvormig en later onregelmatig schotelvormig 0.5-2.5 cm in diameter. De naamgeving werd door Van Vooren & Moyne (2010) ter discussie gesteld.
Deze zeer zeldzame soort staat als gevoelig op de Rode Lijst.
Opmerking:
bijgaande foto's zijn de eerste op internet; in de algemene literatuur zijn nog geen foto's te vinden!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
Van Vooren, N. & Moyne,G. (2010): Un taxon rare et mťconnu: Humaria solsequia (Quťl.) comb. nov. (Pezizales), nom correct d’H. aurantia. Bull. mycol. bot. Dauphinť-Savoie 197: 43-49.

2 september 2011: Vaalhoedsatijnzwammen in de duinen bij Rockanje

Vaalhoedsatijnzwam
Entoloma excentricum Bres.
Vaalhoedsatijnzwam door Ismael Wind
Foto: Ismael Wind (2011)

Beschrijving:
Tijdens mijn jaarlijkse uitje naar de mooie duinen bij Oostvoorne en omgeving kwam ik weer allerlei bijzonderheden tegen. Een wandeling bracht mij deze keer bij de Stekelhoek in Rockanje, dichtbij het Quackjeswater. Deze plek kenmerkt zich door mooie duinkoppen en dalletjes. In bijna elk dalletje waren witte middelgrote paddenstoelen te vinden. In het veld leken ze op Vaalhoeden (Hebeloma), maar ze hadden een roze weerschijn op de lamellen. Dat kan dus niet bij Vaalhoeden, maar een Molenaar (Clitopilus) was het ook niet, want die moet sterk melig ruiken. Thuis, onder de microscoop, Bleek het een Satijnzwam (Entoloma). Maar welke soort? Entoloma's zijn erg lastig... Een ander macroscopisch kenmerk was dat de paddenstoel geel verkleurde bij 'bepotelen' (aanraken). Misschien de geelvlekkende? Ik heb de foto's naar Chiel Noordeloos gestuurd, die suggereerde dat het moeglijk de Vaalhoedsatijnzwam was. Daarvoor moest ik even kijken of de basiedien een gele inhoud hadden en verder waren de grote cystiden en de sporen kenmerkend. En die kenmerken klopten! De Vaalhoedsatijnzwam is een zeer zeldzame soort die als kwetsbaar is opgenomen in de Rode Lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M:E. Noordeloos (1988): Entolomataceae, in: Flora Agaricina Neerlandica Vol.1, blz 117.
M:E. Noordeloos (1992): Fungi Europaei 5, Entoloma s.l., blz. 215.

23 augustus 2011: Bloedrode russula's in Twickel (Twente)

Bloedrode russula
Russula sanguinea (Bull.) Fr.
Bloedrode russula door Henri Jansen
Foto: Henri Jansen (2011)

Beschrijving:
Dit was een opvallende rode verschijning langs het fietspad in Twickel en ondanks dat kon ik deze paddenstoel op macroscopische kenmerken niet determineren. Maar even contact gezocht met Dinant Wanningen, die niettegenstaande een nalatende gezondheid, de microscoop nog graag even ter hand neemt om bijzondere vondsten te determineren. Uitkomst: Bloedrode russula! Voor zover ik het kan overzien, was de Bloedrode russula nog niet eerder in Twickel gevonden en is het aantal waarnemingen, dat via Waarneming.nl wordt doorgegeven, zeer summier. De Bloedrode russsula staat als kwetsbaar op de Rode Lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2008): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 460 (als Russula sanguinaria).
F. Kršnzlin (2005): Pilze der Schweiz, Band 6, blz. 238.
G.J. Krieglsteiner (2000): Die GroŖpilze Baden-WŁrttembergs, Band 2, blz. 574 (als Russula sanguinaria).

22 augustus 2011: Stekelige hertetruffels op landgoed bij Dordrecht

Stekelige hertetruffel
Elaphomyces muricatus Fr.
Stekelige hertetruffel door Eline Vis
Foto: Eline Vis (2011)

Beschrijving:
Het landgoed Mildenburg kan ook voor de frequente bezoeker een bron van verrassingen verbergen. Bij toeval of door de ogen goed de kost te geven troffen we half augustus een bijzondere combinatie van boven en onder de grond levende paddenstoelen: de Zwarte Truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides) verraadde door zijn naam al de ondergrondse truffel waarop hij parasiteert. Het bleek bij nader onderzoek de Stekelige hertentruffel. Voor de mens is deze hertentruffel ongenietbaar, maar reeŽn en herten eten ze graag. De truffel leeft in symbiose met bomen uit het gemengde bos: beuken en eiken, maar ook dennen. Vaker gaat het om de Korrelige hertentruffel (Elaphomyces granulatus), maar microscopisch onderzoek bevestigde dat het om de Stekelige hertentruffel ging. De vele kleine op wratten lijkende roodbruine stekeltjes, waaraan hij zijn naam dankt, zijn zichtbaar op de foto.Vermoedelijk komt hij hier al langer voor maar hij was nooit eerder gevonden. Uit onderzoek blijkt dat de onder de grond levende hertentruffel bedreigd wordt door verzuring en mogelijk verrijking van de bosbodem.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2008): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 666.
Eef Arnolds & Mirjam Veerkamp (1999): Paddestoelen in het meetnet, blz. 38-39.
G.A. de Vries (1971): De Fungi van Nederland III: Hypogaea, blz. 11.

26 juli 2011: Peppelfranjehoed langs de Berkel in Zutphen

Peppelfranjehoed
Psathyrella populina (Britzelm.) Kits van Wav.
Peppelfranjehoed door Jan Dieker
Foto: Jan Dieker (2011)

Beschrijving:
Onlangs op 26 juli vond ik in een berm langs de Berkel in Zutphen een mooie verse bundel van de zeer zeldzame Peppelfranjehoed. De bundel stond op/bij wat grove schorssnippers van een waarschijnlijk enkele jaren geleden gerooide populier. De sleutels in de monografie van Kits van Waveren leidden vlot naar deze soort: door de opvallend vezelige hoed kom je snel in de Sectie Pseudostropharia. Verder leidden de opvallende kleine driehoekig afgeronde kogelvormige sporen en cheilocystiden met kristallen rondom de top naar de soort. Ik heb materiaal gedroogd en bewaard voor controle. Hannie Wijers heeft een mooie foto gemaakt van de sporen. De Peppelfranjehoed staat als ernstig bedreigd in de Rode Lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Kits van waveren (1985): The Dutch, French and British species of Psathyrella, blz. 282.

6 juli 2011: Cribraria splendens nieuw in Nederland!

Stralend lantaarntje
Cribraria splendens (Schrad.) Pers.
Cribraria splendens door Marian Jagers
Foto: Marian Jagers (2011)

Beschrijving:
Op een flink verrotte sparrenstam in het Sterrenbos (Enschede, particulier terrein) groeide een grote groep vruchtlichamen van een slijmzwam. Door de loep was al wel te zien dat het een Cribraria was. Om meer details van deze slechts 2,5 mm kleine organismen te kunnen zien, werden de vruchtlichamen eerst door de stereomicroscoop bekeken. Het vruchtlichaam van veel Cribraria-soorten gaat bovenaan de steel over in een bekervormig peridium (buitenwand) maar bij deze vondst was de beker afwezig. In plaats daarvan was een aantal brede ribben te zien; een duidelijk determinatiekenmerk. Het bovenste gedeelte van het peridium (boven de beker) bestaat uit een netwerk met langgerekte knopen, dat bezet is met dictidynekorrels in dezelfde kleur als het netwerk. De details van deze kenmerken waren alleen door de microscoop goed te zien. De vondst werd vervolgens uitgesleuteld als Cribraria splendens, een soort die in Nederland nog niet is gemeld. Hans van Hooff heeft de determinatie bevestigd.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
Neubert, H., Nowotny, W. & K. Baumann, 1993-2000. Die Myxomyceten, Band 1 Verlag, Gomaringen.
Michel Poulain, Marianne Meyer, Jean Bozonnet. 2011. Les MyxomycŤtes. FMBDS. Frankrijk.

3 juli 2011: Korrelige taaiplaat bij Rockanje (Zuid-Holland)

Korrelige taaiplaat
Lentinus cyathiformis (Schaeff.) Bres.
Korrelige taaiplaat door Marjon van der Vegte
Foto: LuciŽn Rommelaars (2011)

Beschrijving:
Toen LuciŽn Rommelaars en Marjon van der Vegte uit de auto stapten op een parkeerplaats bij Rockanje, zagen zij al van veraf de hoed van een enorme paddenstoel. Het ding leek wel zo'n 25 cm groot en zat op een stronk. De stronk was hoogstwaarschijnlijk van een Witte abeel, want er stonden meerdere Populieren in dit laantje. Dichterbij gekomen bleken het vier exemplaren te zijn op een stronk omgeven door een grote mierenhoop! De onderkant toonde aflopende lamellen, die dicht opeen zaten die met behulp van een loep en fijn gezaagd bleken te zijn. Om het ťťn en ander goed te kunnen fotograferen, moesten LuciŽn en Marjon heel wat capriolen uithalen om de agressieve rode mieren op afstand te houden, maar het bleek de moeite waard. Microscopie bevestigde de determinatie: we hadden de zeer zeldzame en ernstig bedreigde Korrelige taaiplaat gevonden! Bekijk ook de waarneming uit 2006.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2001): Die GroŖpilze Baden-WŁrttembergs, Band 2, blz.15.
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (1992): Nordic Macromycetes, Vol.2, blz. 48.
T. Boekhout (1990): Flora Agaricina Neerlandica, Vol.2, blz. 29-30.

9 mei 2011: Lisdoddefranjehoed in natuur- en recreatiegebied Kardinge te Groningen

Lisdoddefranjehoed
Psathyrella typhae (Kalchbr.) A. Pearson & Dennis
Lisdoddefranjehoed door Kor Raangs
Foto: Kor Raangs (2011)

Beschrijving:
Al heel wat jaren kijk ik uit naar kleine roodbruine paddenstoeltjes, groeiend vlak boven de waterlijn op oude lisdodden. Op 19 mei, nota bene op slechts enkele honderden meters van mijn huis, kom ik ze zomaar tegen aan de rand van een verlandende plas in een weide van het natuur- en recreatiegebied Kardinge te Groningen. Omdat ze niet op lisdodde groeien, maar op andere planten, denk ik toch niet dadelijk aan de Lisdoddenfranjehoed. Microscopische kernmerken (o.a. de voor een Franjehoed lichtgekleurde sporen zonder kiempore) geven eigenlijk geen reden tot twijfel, dit moet de Lisdoddefranjehoed zijn! De volgende dag vond ik nog minstens dertig vruchtlichamen, een enkele keer nu ook groeiend net boven het water. Soms is het substraat nog te herkennen (stengels/bladeren van riet en 1x op een oud stuk stengel van ruwe bies). Mijn determinatie werd bevestigd door Nico Dam. De soort staat als kwetsbaar op de Rode Lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1995): Pilze der Schweiz, Bnd.4, blz. 288.
E. Weeda (1994): Nederlandse Oecologische Flora deel 5, blz. 243.
E. Kits van Waveren (1985): The Dutch, French and British species of Psathyrella, blz. 134-135.

29 april 2011: Lenteknotszwammen op de bij Hilvarenbeek

Lenteknotszwam
Clavulinopsis vernalis (Schw.) Corner
Lenteknotszwam door John Breugelmans
Foto: John Breugelmans (2011)

Beschrijving:
De vrijdag voor Koninginnedag besloot ik om een wandeling te gaan maken op de Roovertse Heide bij Hilvarenbeek om op zoek te gaan naar voorjaarsplanten en -paddestoelen. Bij een vennetje op een open plek in het bos vond ik al wat mooie planten, waaronder zonnedauw, en nog wat gewone paddenstoelen. Op de heide aangekomen, vond ik een geplagd stukje waarop ik tot mijn verbazing vele honderden exemplaren van de Lenteknotszwam vond. Bij controle thuis via de verspreidingsatlas van de NMV bleek de soort zeer zeldzaam te zijn en slechts bekend van zeven uurhokken. De Lenteknotszwam staat als bedreigd in de Rode Lijst. Zie ook de waarnemingen uit 2005 en 2006.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Raaijmakers (2004): Een nieuwe vindplaats van de Lenteknotszwam. Coolia 47/4, blz.190-193.
S. Ryman & I. HolmŚsen (1992): Pilze, blz. 123 (als Multiclavula vernalis.

13 april 2011: Rozetkussentjeszwam in Enschede

Rozetkussentjeszwam
Hypocreopsis lichenoides (Tode: Fr.) Seav.
Rozetkussentjeszwam door Marian Jagers
Foto: Marian Jagers (2011)

Beschrijving:
Dichtbij het Lonnekermeer te Enschede ligt een klein, nat wilgenbosje. Thans is het bosje met laarzen aan te betreden. Ik had al eens een melding van de Rozetkussentjeszwam op deze site gezien (januari 2008). Het is een bijzonder vreemd gevormde ascomyceet. De bijna op vingers lijkende uitgroeisels wilde ik graag eens zelf proberen te vinden. Ik ging er vanuit dat er in dit wilgenbosje een redelijke kans was dat de soort zou kunnen voorkomen omdat zijn waardheer, de Takbaksborstelzwam (Hymenochaete tabacina), overvloedig aanwezig is op de wilgen. Een paar eerdere zoekpogingen leverden helaas niets op. Tijdens het Cristella-weekend van 2010 in Drenthe had men de zwam in het Eexterveld op ooghoogte gevonden en met deze informatie ondernam ik een nieuwe poging nu wel met succes! Op twee verschillende bomen, een meter of vijftien uit elkaar, groeiden er diverse exemplaren tot zo'n 2,5 cm breed (kleiner dan verwacht) op zo'n 1.20 meter boven de grond aan de bovenzijde van takjes. De soort kan overigens tot zo'n 10 cm doorsnede worden.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G. Keizer (1997): Paddenstoelen Encyclopedie. Rebo, blz. 75.
H. Jahn (1979): Pilze die an Holz wachsen, blz. 64.

8 april 2011: Salomonsstromabekertjes in Nijmegen

Salomonsstromabekertje
Stromatinia rapulum (Bull.) Boud.
Salomonsstromabekertjes door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2011)

Beschrijving:
Omdat de Botanische Tuin in Nijmegen intussen al zoveel moois had geboden, bleef die mij trekken en ging ik er bijna dagelijks kijken. Zo ontdekte ik tussen de stengels van Salomonszegel opnieuw bruine bekertjes, waarvan ik mij afvroeg waar die bij hoorden, aangezien er geen speenkruid of bosanemoon te ontdekken viel. Zou dit het Salomonstromabekertje kunnen zijn? Mijn vermoeden werd bevestigd, doordat een medewerker van de heemtuin vertelde dat deze soort hier inderdaad groeit. Echter, microscopisch onderzoek aan de sclerotiŽn is noodzakelijk om het bekertje van de Anemonebekerzwam te onderscheiden en daarmee is deze waarneming eigenlijk onzeker, want alleen gebaseerd op het ontbreken van bovengrondse delen van speenkruid of bosanemoon... Volgens de Rode Lijst (2008) is de soort bedreigd. Zie ook de waarneming uit 2008.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G. Keizer (1997): Paddestoelen Encyclopedie, blz. 59.
E. Weeda (1991): Nederlandse Oecologische Flora deel 4, blz. 300.

5 april 2011: tientallen Anemonebekerzwammen in Nijmegen

Anemonebekerzwam
Dumontinia tuberosa (Bull.) L.M. Kohn
Anemonebekerzwam door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2011)

Beschrijving:
Jarenlang gezocht en tenslotte toch in grote aantallen gevonden: de Anemonebekerzwam! Vanmorgen was ik naar de Botanische Tuin in Nijmegen gereden om daar voorjaarsbloeiers te gaan bekijken. Tussen het speenkruid en de zeer talrijke bosanemonen stonden tientallen Anemonebekerzwammen en ook nog een bokaalkluifzwam. Deze Botanische Tuin bestaat uit verschillende nagebootste biotopen, zoals kalkgraslanden, een holle weg, moerasgebied, verschillende bostypen, heidegebied enz. De Anemonebekerzwam groeit parasitair op de wortelstokken van de bosanemoon, maar je vindt hem dus ook op speenkruid. Volgens de Rode Lijst (2008) is de soort bedreigd. Zie ook de waarneming uit 2008.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2008): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 648.
E. Weeda (1985): Nederlandse Oecologische Flora deel 1, blz. 230.
R. Courtecuisse (1994): Les champignons de France, blz 113.

3 april 2011: Populierschijfzwammetjesin de duinen bij Katwijk

Populiereschijfzwam
Encoelia fascicularis (Alb. & Schwein.) P. Karst.
Populiereschijfzwam door Hans Adema
Foto: Hans Adema (2011)

Beschrijving:
Afgelopen zondag maakte ik een duinwandeling in de duinen van Berkheide bij Katwijk. Ik hoopte op de eerste voorjaarspaddestoelen. Op bijzonder veel oude gewimperde aardsterren na was er nog niks. Opeens viel mijn oog op een afgezaagde abelentak met kluwens bekerzwammetjes. De vorm deed me meteen aan het hazelaarschijfje denken. Inderdaad was het een Encoelia. Met Breitenbach en Kršnzlin ben ik uitgekomen op de Populierenschijfzwam. Deze is zeldzaam volgend het 'Overzicht an de paddestoelen in Nederland', die bovendien de duinen niet noemen als een gebied waar de soort gevonden is. In ieder geval toch een voorjaarssoort gevonden!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G. Medardi (2006): Atlante fotografico degli Ascomiceti d'Italia, blz. 58.
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Band 1, blz. 178.

1 april 2011: Harige knoopzwam in de lunchpauze

Harige knoopzwam
Desmazierella acicola Lib.
Harige knoopzwam door Stip Helleman
Foto: Stip Helleman (2011)

Beschrijving:
Nog even willen uitwaaien na het werk in gebied van half begroeide rivierduinen met her en der wat eik en grove den. Even wat dode twijgjes van een den afplukkend op zoek naar Orbilia's kwam ik een grote afgewaaide dennentak tegen en daar zag ik op de naalden die op de grond lagen en nog aan de tak zaten iets wat ik al in geen jaren meer had gezien! De naam was ik zelfs even kwijt, maar zo opvallend met zijn bruine hymenium waar de seten als een pallisade van lansen uitsteken... Thuis gekomen meteen nagekeken en een coupe gemaakt, wat niet zonder slag of stoot ging, want het ding bleek hartstikke taaivlezig en gelatineus te zijn, wat zoals later bleek niet verwonderlijk is voor een soort uit de familie van de Sarcosomataceae (Pezizales). De sporen van deze soort zitten mooi in een ruim geljasje en hebben aan de uiteinden een wat korrelig voorkomen, iets wat ik in geen van de beschrijvingen terugvind. Dennis noemt in zijn beschrijving wel dat de sporen aan de uiteinden 1,5 mu dik zijn. Dit verschil is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat het onderzochte materiaal dood is geweest en de geljas strak om de sporen gekrompen is bij het drogen.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 36 (Pl. VIII J.).
R.A. Maas Geesteranus (1967): De fungi van Nederland II. Pezizales deel I, blz. 50 (Fig. 99-102).

18 maart 2011: Zeldzame kogelzwam in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Hypoxylon confluens (Tode) Westend.
Hypoxylon confluens door Jan Bischoff Tulleken
Foto: Jan Bischoff Tulleken (2011)

Beschrijving:
Hoewel zij al op zeer hoge leeftijd is, bezoekt Agnes Becker uit Heemstede nog steeds regelmatig de duinen om daar paddenstoelen te zoeken en haar proefvlakken te controleren. Zij wordt daar gebracht door haar inmiddels trouwe metgezellen Leo van der Brugge en Jan Bischoff Tulleken en tezamen zoeken zij het duinterrein af naar bijzonderheden. Niet alleen in het paddenstoelenseizoen, maar het hele jaar door! En zo kon het gebeuren dat, toen de meeste mensen allang niet meer aan paddenstoelen dachten, maar rijkhalsend het voorjaar probeerden te ontdekken, Agnes een dood takje vond met een paar bruinzwarte kogeltjes, in groepjes van vier of vijf met elkaar vergroeid. De soort is alleen micrscopisch met zekerheid te determineren. In ons land is deze soort alleen in de duinstreek gevonden, steeds op eik.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1 - Ascomycetes, blz. 244 (als Nemania confluens)
L.E. Petrini & E. MŁller (1986): Haupt- und Nedebfruchtformen Europšischer Hypoxylon-Arten und verwandter Pilze, blz. 546.
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1985): Microfungi on Land Plants, blz. 217.

17 maart 2011: zeldzame Lentebekerzwam bij Nuenen

Lentebekerzwam
Caloscypha fulgens (Pers.) Boud.
Lentebekerzwam door Henk Lammers
Foto: Henk Lammers (2011)

Beschrijving:
Half maart was het koud en droog in Brabant, maar een mycoloog is niet binnen te houden. Een zoektocht naar vochtige plekjes deed Hans van Hooff belanden in de Refelingse heide bij Nuenen. Aan de rand van dit gebied zijn overblijfselen van een oude steenfabriek te vinden, waarvan enkele langgerekte plassen nog stille getuigen zijn. In een vochtig gemengd bosje met berk, els en wilg lag veel valhout. Speciaal op zoek naar Myxomyceten draaide Hans enkele bemoste stammen om die wat vochtig lagen. Op de stam zat een groepje slijmzwammen maar in zijn linkerooghoek ontwaarde hij iets geels op de grond. En niet gewoon geel, maar kanariegeel. Het was een viertal bekerzwammetjes die op de grond groeiden en waarvan de grootste ongeveer anderhalve centimeter was. Voorzichtig werd het uit de strooisellaag gehaald en toen bleek dat de plaats waar het bekertje was aangeraakt groen verkleurde. Dit moest toch wel iets bijzonders zijn! Thuisgekomen bleek dat determinatie met Breitenbach niet moeilijk was, omdat de ascus kleine ronde sporen bevatte. Het bleek het Lentebekertje te zijn dat slechts enkele keren in Nederland is gevonden. Toen deze tekst naar de website werd verstuurd, bleek het Lentebekertjke in dezelfde week ook in Twente te zijn gevonden.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G. Medardi (2006): Atlante fotografico degli Ascomiceti d'Italia, blz. 24.
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Band 1, blz. 108.
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 50 (Pl. XII A.).

28 februari 2011: Wintermycena in het Twickelse bos

Wintermycena
Mycena tintinnabulum (Batsch) Quťl.
Wintermycena door Joop de Wit
Foto: Joop de Wit (2011)

Beschrijving:
Op 28 februari stonden in het Twickelse bos (Delden, Ov.) op een omvangrijke beukenstobbe enkele groepen bruinige mycena’s, althans daar leken ze op het eerste gezicht het meest op. Mycena’s in februari lijken niet voor de hand liggend, zeker omdat het die nacht nog gevroren had in Twente. Na het nemen van foto’s zijn enkele exemplaren meegenomen voor microscopisch onderzoek. Toen bleek het de Wintermycena te zijn met sporen van 5-5,5 x 2,5 Ķm en kenmerkende cheilocystiden. 'Tintinnabulum' betekent overigens “bel-“ of “klok-“ vormig, hetgeen goed te zien is. Volgens de Rode lijst is de Wintermycena zeer zeldzaam en bedreigd. De microscopische controle werd uitgevoerd door Joop de Wit ťn Laurens van Run.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2008): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 200.
H. Knudsen & J. Vesterhold (red., 2008): Funga Nordica, blz. 366.
H. Jahn (1979): Pilze die an Holz wachsen, blz.206.