Bijzondere Waarnemingen in 2009

9 december 2009: Grote kop-op-schotel in Meijendel

Grote kop-op-schotel
Disciseda bovista (Klotzsch) Henn.
Grote kop-op-schotel door John Breugelmans
Foto: John Breugelmans (2009)

Beschrijving:
Op 1 december was ik op zoek naar aardsterren in de duinen van Meijendel en daar vond ik langs een pad op een open, zonnige plaats met duinzand en mos een Kop-op-schotel. Ik wist op dat moment nog niet of het de grote of de kleine was. Maar ik had ook geen idee hoe ik daar achter kon komen. Bij contact met de NMV bleek dat ik de paddenstoel had moeten meenemen om hem microscopisch te kunnen determineren. Ik ging dus terug en kwam daarna terecht bij Jac Gelderblom die de stuifzwam determineerde als Grote kop-op-schotel. Deze soort is wel vaker in Meijendel gevonden, maar elders uiterst zeldzaam. De Grote kop-op-schotel staat op de Rode Lijst als bedreigd.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Jalink (1989): Kop-op-schotel (Disciseda) nog niet uitgestorven. Coolia 32(3): 55-59.
L. Jalink (1990): Nogmaals over het microscopisch verschil tussen twee Disciseda's en Bovista. Coolia 33(2): 53.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 604 (in de tekst bij B. candida).

1 december 2009: Klein oorzwammetje misleidt in Twents arboretum

Klein oorzwammetje
Crepidotus epibryus (Fr.) Quél.
Klein oorzwammetje door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)

Beschrijving:
Het blijkt te lonen om alert te blijven in gebieden waar je leuke soorten paddenstoelen vindt. Dit jaar begon heel goed door de vondst van het Kringmosoortje op Gerimpeld boogsterrenmos in het Arboretum. Nu de omstandigheden ongeveer hetzelfde zijn als in januari was ik benieuwd of die geschiedenis zich daar zou herhalen. Op alle bekende vindplaatsen blijkt dat zo te zijn. Het Gerimpeld boogsterrenmos (Plagiomnium undulatum) staat er overal op donkere plaatsen onder de loofbomen. Vooral bij het perceel van de bijna honderdjarige Haagbeuken. Het afgevallen blad is hier weggewaaid waardoor je zeer kleine witte stipjes kunt zien die vast zitten op het mos. Het zijn weer mosoortjes met een doorsnede tot ca 5 mm. Nu zijn er duidelijk kleine lamellen te zien. Een nieuwe verrassing! Dit leek onmiskenbaar het Sterrenmosoortje (Rimbachia bryophila)! Maar het werd een teleurstelling. Nadere determinatie en een tip van meer ervaren mycologen leerde ons dat het om het vrij algemene Klein oorzwammetje moest gaan... En toch wordt dit arboretum steeds leuker!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterhold (red., 2008): Funga Nordica, blz. 865.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 122 (als: Pleurotellus chioneus).
B. Senn-Irlet (1992): Crepidotus in Nederland, Coolia 35/1, blz. 7.

29 november 2009: Verschillende zeldzame paddenstoelen in een Beukenlaantje

Viltige slijmkop
Hygrophorus nemoreus Fr.

Viltige slijmkop door Marjon van der Vegte
Zwartschubbige ridderzwam door Marjon van der Vegte
Foto's: Marjon van der Vegte (2009)
Zwartschubbige ridderzwam
Tricholoma atrosquamosum Sacc.

Beschrijving:
De maand November was voor de paddenstoelen een goede maand met heel veel regen, zoveel zelfs dat we er zelf weinig op uit konden! 29 november was het eindelijk een dag goed weer. Ik verwachtte in Lichtenbelt met name in een Beukenlaantje nog een aantal bijzondere paddenstoelen. Vorig jaar vond ik hier slechts één exemplaar van de Viltige slijmkop. Het was een jong vruchtlichaam en ik kon het toen niet met zekerheid determineren. Nu vond ik ze op drie verschillende plaatsen, de meeste door de vele regens doorweekt en flink beschadigd. Onder de loep ziet men dat de hoeden van deze paddenstoel radiaal ingegroeid vezelig viltig zijn, slijmerig zijn alleen de jonge exemplaren, vandaar de naam.
De Zwartschubbige ridderzwam stond ook trouw op dezelfde plek als vorig jaar, ik vond dezelfde dag nog een tweede vindplaats van deze soort. Beide paddenstoelen zijn tamelijk zeldzaam en staan als ernstig Bedreigd op de Rode Lijst!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterhold (red., 2008): Funga Nordica, blz. 218 (Hygrophorus nemoreus) en 420 (Tricholoma atrosquamosum).
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 126 (Hygrophorus nemoreus) en 90 (Tricholoma atrosquamosum).

27 november 2009: Holwaya mucida nieuw in Nederland

Holwaya mucida (Schulzer) Korf & Abawi Holwaya mucida door Fred van Klaveren
Foto: Fred van Klaveren (2009)

Beschrijving:
Deze eigenaardige paddenstoeltjes vond ik afgelopen week in de Haarlemmerhout. Ze staan al diverse weken op een met water verzadigde oude linde (150 jaar), die hier al een aantal jaren op de grond ligt. De steeltjes zijn stevig, gummieachtig en ca 1 cm hoog. De hoedjes zijn als lollies, maar het witte deel, dat de conidiën bevat, is boterachtig. Het gaat er deels af als je het aanraakt. Deze "lollies" zijn het imperfecte stadium van de soort. Afgelopen vrijdag vond ik ze in combinatie met kleine zwarte, schijfvormige bekertjes. Deze bekertje vormen het perfecte stadium van deze soort, want in deze bekertjes bevinden zich de asci met sporen. Dit zeer zeldzame zwammetje werd voor het eerst beschreven in Canada in 1971 en lijkt in Europa alleen bekend te zijn uit Zweden, Polen en Tsjechië!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 152.

25 november 2009: Behaarde roodsteelcollybia's op landgoed De Snippert (Twente)

Behaarde roodsteelcollybia
Collybia konradiana Sing.
Behaarde roodsteelcollybia door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)

Beschrijving:
Op de determinatie-avond van ons werkgroepje heeft Riekje van der Woude een "moeilijke paddenstoel met haar op z'n poot" gevonden. We begonnen de problemen op te lossen door alle beschikbare literatuur te raadplegen alvorens de paddenstoel microscopisch te onderzoeken. Het bleef echter onzeker en tenslotte “stemden” we voor “Purperbruine collybia”, wat achteraf fout was, want deze soort komt niet voor in ons land. Omdat het materiaal al verouderde, maakte ik er foto's van, zodat tenminste de afbeelding ervan nog 'vers' bleef. Met hulp van Laurens van Run lukte het uiteindelijk om een passende Nederlandse naam te geven, maar over de wetenschappelijke naamgeving werden we het niet eens. Besloten werd dit probleem aan Chiel Noordeloos voor te leggen, die gelukkig snel reageerde. En inderdaad, er is veel aan de hand met de soort: veel auteurs blijken beschrijvingen en eigen interpretaties daarvan door elkaar te hebben gehaald. Maar in de flora Agaricina Neerlandica staat het goed: Collybia konradiana is de juiste naam voor deze soort, hoewel door opsplitsing van het genus Collybia (als gevolg van modern DNA-onderzoek) de juiste naam nu Gymnopus fagiphilus moet zijn!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterhold (red., 2008): Funga Nordica, blz. 301 (als Gymnopus fagiphilus).
V. Antonin & M.E. Noordeloos (1997): A Monograph of Marasmius, Collybia and related genera in Europa, blz. 109 (als G. fagiphilus).
M.E. Noordeloos (1995): Collybia. In: Flora Agaracina Neerlandica Vol 3, blz. 118.

19 november 2009: Nog meer brandplekzwammen in Bergen/Schoorl

Oranjerood houtskoolbekertje
Anthracobia macrocystis (Cooke) Boud.
Oranjerood houtskoolbekertje door Kees Roobeek
Foto: Kees Roobeek (2009)

Beschrijving:
De afgelopen week heb ik opnieuw een bezoek gebracht aan twee brandplekken in de Schoorlse Duinen. Het Gewoon houtskoolbekertje kleurde nu op sommige plekken de bodem okergeel. Het Brandpelsbekertje (Trichophaea abundens) is ook redelijk algemeen, maar deze kleine grijze schijfjes zijn in het veld pas te vinden door het gebruik van een loep. Het Oranjerode houtskoolbekertje is daarentegen gemakkelijker te vinden met een zwartgeblakerde achtergrond. Toch vond ik op beide ca tien weken oude brandplekken maar één groeiplaats van deze soort. Microscopisch verschilt deze soort van A. melaloma door de haren op het exepulum en de iets langere sporen.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 91
M.T. Veerkamp (1998): Paddestoelen op brandplekken sterk achteruitgegaan. De Levende Natuur 99, blz. 62-66.
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1988): Microfungi on Miscellaneous Substrates, blz. 52.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Bnd.1, blz. 106

9 november 2009: Brandplekzwammen na duinbranden in Bergen/Schoorl

Haakcelhoutskoolbekertje
Anthracobia uncinata (Velen.) Spooner
Haakscelhoutskoolbekertje door Kees Roobeek
Foto: Kees Roobeek (2009)
Beschrijving:
Na de recente branden in de duinen en bossen bij Schoorl en Bergen is het interessant om te volgen welke van de brandplekzwammen er verschijnen en wanneer. Al binnen twee weken kon ik het Spinragkuddeschijfje (Pyronema omphalodes) als eerste soort noteren en het duurde vervolgens nog ruim vier weken alvorens het Gewoon houtskoolbekertje (Anthracobia melaloma) als tweede soort werd gevonden. Tussen week 6 en 8 na de brand verscheen deze Ascomyceet vrij massaal op tal van plekken in de verbrande bosgedeelten. Afgelopen week vond ik aan de rand van de brandplek beige-bruine schijfjes van 3-4 mm, die thuis onder de microscoop 'Haakcelhoutskoolbekertje' bleken te heten. Deze soort is op brandplekken in Nederland sporadisch aangetroffen en staat als zo veel brandpleksoorten op de Rode Lijst (gevoelig). De haakvormige toppen van de parafysen, waar naam naar verwijst, vormen een belangrijk determinatiekenmerk.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M.T. Veerkamp (1998): Paddestoelen op brandplekken sterk achteruitgegaan. De Levende Natuur 99, blz. 62-66.
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1988): Microfungi on Miscellaneous Substrates, blz. 52.

5 november 2009: Adonismycena's terug in Twents natuurgebied

Adonismycena
Mycena adonis (Bull.) Gray
Adonismycena door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)
Beschrijving:
12 december, vier jaar geleden, viel mijn oog op twee signaalrode stippen tussen frisgroen mos. Het bleken de uiterst broze hoedjes te zijn van de Adonismycena. In het blauwgrasland staan nog veel meer interessante soorten. Het is de moeite waard om zo'n spannende plek ieder jaar extra in de gaten te houden. En dit jaar had ik dan opnieuw succes! Waar de heide overgaat in het lager gelegen schraalland staan oude pollen Pijpenstrootje zich omhoog te werken in de met natte algenmatjes bedekte bodem. Uit het afgestorven centrum van de pollen wringen kleine knalrode jonge mycena's van enkele millimeters zich omhoog om meer groeiruimte te vinden, naar schatting zo'n 50 exemplaren. De oudere Adonismycena's zijn bleker en worden tenslotte vuil wit. Blijkbaar geeft de rode kleur geen aanleiding voor dieren om ze op te eten. De Adonismycena staat op de Rode lijst als kwetsbaar.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2001): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 3, blz. 386.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Bnd.3, blz. 258.
M. Lange (1974): Elseviers Paddestoelengids, blz. 112.

3 november 2009: Twee soorten brandplekzwammen nabij Spaubeek in Limburg

Gewoon houtskoolbekertje
Anthracobia melaloma (Alb. & Schwein.) Boud.

(zie ook de waarneming uit 2006)

Gewoon houtskoolbekertje door Marjon van der Vegte
Purperbruine brandplekbekerzwam door Marjon van der Vegte
Foto's: Marjon van der Vegte (2009)
Purperbruine brandplekbekerzwam
Peziza trachycarpa Curr.


Beschrijving:
Oorspronkelijk zou ik twee dagen naar Limburg gaan om een aantal interessante plekken te onderzoeken voor leuke paddenstoelen. Het was er echter vrij droog geweest. Na een tip van de eigenaar van het huisje waar ik verbleef, dat er in de buurt een prachtig vochtig bos (het zgn. "Stammerderbos") was, besloot ik nog een extra dag te blijven. Hier ontdekte ik op één van de heuveltjes een kleine brandplek van zo'n twintig bij vijfentwinteg meter. Meteen ging ik op zoek naar brandplekpaddenstoelen, en zowaar, daar vond ik twee soorten, die ik nog nooit eerder gezien had. Na determinatie thuis blijkt dat ik Gewoon houtskoolbekertje en de Purperbruine brandplekbekerzwam gevonden heb. De eerste is volgens de Rode Lijst bedreigd en de tweede zelfs ernstig bedreigd.
De Purperbruine brandplekbekerzwam is onder de microscoop goed te herkennen aan de bolvormig stekelige sporen, de Beroete brandplekbekerzwam (Peziza endocarpoides), die op dezelfde plaatsen voorkomt heeft ook bolvormige sporen, maar deze zijn glad.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 197 (Anthracobia melaloma).
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 66 (Peziza trachycarpa als Plicaria trachycarpa).
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 91 (Anthracobia melaloma).
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1988): Microfungi on Miiscellaneous Substrates, blz. 52 (Anthracobia melaloma).
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Bnd.1, blz. 106 (Anthracobia melaloma).
R.A. Maas Geesteranus (1969): De fungi van Nederland II. Pezizales, deel II, blz. 16 (Anthracobia melaloma).
R.A. Maas Geesteranus (1967): De fungi van Nederland II. Pezizales, deel I, blz. 56 (Peziza trachycarpa).

28 oktober - 3 november 2009: Groenplaatzwammetjes bij Oostvoorne

Groenplaatzwammetje
Melanophyllum eyrei (Massee) Singer
Groenplaatzwam door Truus Vrolijk
Foto: Truus Vrolijk (2009)
Beschrijving:
Ik ben een paar jaar lid van de NMV en dan ook druk met paddenstoelen bezig. Mijn man en ik waren deze week op het Landgoed Mildenburg bij Oostvoorne en daar struikelde je niet over de paddestoelen, maar er stonden wel veel mooie soorten. Eén soort sprong er duidelijk uit: het Groenplaatzwammetje, waarvan de groene plaatjes erg opvallend waren. Toen we foto's instuurden naar de NMV-site, was de webmaster toch onzeker en vroeg ons het materiaal te laten controleren. Dat heeft Henk Remijn toen voor ons gedaan en zo is de vondst ook microscopisch bevestigd. Omdat we toch nieuw materiaal wilden verzamelen, kregen we ook de kans nieuwe en iets betere foto's te maken. Het Groenplaatzwammetje staat op de Rode Lijst als gevoelig.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E.C. Vellinga (2001): Melanophyllum. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.5, blz. 162.
P.H. Kelderman (1994): Parasolzwammen van Zuid-Limburg, blz. 25.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 410.

30 oktober 2009: Valse dame sluiert zich in Oostvoorne!

"Valse gesluierde dame"
Phallus impudicus var. pseudoduplicatus O. Andersson
Gesluierde dame door Eline Vis
Foto: Eline Vis (2009)
Beschrijving:
Ruim twee jaar geleden vond ik in een tuin in de duinen van Oostvoorne een Grote stinkzwam in de restanten van een bamboeveldje. In de omgeving stonden groepjes Mycena's en twee Levertraanzwammen. Eén Stinkzwam was anders dan zijn soortgenoten. Het (b)leek een Gesluierde dame! Volgens de Rode Lijst die toen nog gold, was die uitgestorven in Nederland. Elke herfst bezocht ik de plek opnieuw en zocht nauwkeurig, maar vond tot op heden alleen 'normale' Grote stinkzwammen. Door veranderingen in die tuin bleken de Stinkzwammen zich te hebben teruggetrokken naar de grens van het erf. Er waren er vijf bij elkaar, ook al een bezienswaardigheid. Eén deed er langer over om uit het ei te komen en ik had alle hoop dat het een Gesluierde dame kon zijn. En jawel! Alleen haar sluier zat in het gaas, zodat er weinig van over is... Onze Europese soort is een variëteit van de gewone stinkzwam. De echte Gesluierde dame (Phallus duplicatus) komt alleen in Amerika voor.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2000): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 2, blz. 170.
L. Jalink in: E. Arnolds et al. (1995): Overzicht van de paddenstoelen in Nederland, blz. 594.

25 oktober 2009: Zeldzame slijmzwam bij Doorwerth

Loodkleurig netplaatje
Dictydiaethalium plumbeum (Schumach.) Rostaf.
Loodkleurig netplaatje door Aldert Gutter
Foto: Aldert Gutter (2009)
Beschrijving:
Als ik op een landgoed bij Doorwerth door het gebladerte kruip om een toef Zwavelkoppen te fotograferen, ontdek ik wat snoeihout dat overgroeid is door fel roze plakjes slijmzwam, waarvan de grootste ongeveer twee centimeter groot is. Oei, dat betekent werk! Want slijmzwammen moet je laten rijpen om ze te kunnen determineren. Bovendien had ik werkelijk geen idee wat het kon zijn. Thuis bladeren in plaatjesboeken om op een spoor te komen helpt vaak en al zijn er maar weinig slijmzwammen afgebeeld, in het boek van Jahn (1979) vind ik wat ik zoek. Meteen maar het veel geprezen boek van Nannenga-Bremekamp (1974) erbij gepakt: zonder dat de sporen al rijp zijn, kan ik nu toch alvast een poging wagen. Ja hoor: op morfologische gronden kom ik uit op Dictydiaethalium ferrugineum, slechts eenmaal in Nederland gevonden in... Doorwerth! Opgetogen mail ik Hans van Hooff, onze slijmzwammenspecialist, die meteen antwoordt: "Die soort is opgeheven en samengevoegd met D. plumbeum". Ik heb toch maar een fotoreeks gemaakt van de ontwikkeling van deze slijmzwam, want een felroze plasmodium dat verandert in een loodgrijs pseudo-aethalium is spectaculair genoeg en toch zeker niet alledaags!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H. van Hooff (2006): Standaardlijst voor de Nederlandse Myxomyceten. Coolia 49(4), blz. 208.
H. Jahn (1979): Pilze die an Holz wachsen, blz. 240.
N.E. Nannenga-Bremekamp (1974): De Nederlandse Myxomyceten, blz. 81.

17 oktober 2009: Oranjerode hertezwam bij Middelrode in Noord-Brabant

Oranjerode hertezwam
Pluteus aurantiorugosus (Trog) Sacc.
Oranjerode hertezwam door Ton Hermans
Foto: Ton Hermans (2009)
Beschrijving:
Afgelopen zaterdag bezochten we het landgoed 'Seldensate' bij Middelrode weer eens om paddenstoelen te zoeken. Voor het laatst waren we er in 2006. Daarvan is mij een geweldige rijkdom aan paddenstoelen bijgebleven, maar de eerste aanblik van het terrein leek teleurstellend: er was amper een paddenstoel te vinden. Alleen de houtbewoners waren in redelijke aantallen aanwezig. En er ligt dood hout genoeg, maar dat herbergde toch voornamelijk heel veel gewone soorten. Tot het oog getrokken werd door de aanwezigheid van een zeer opvallende paddenstoel in een holle populier. De stronk van de boom was dood maar aan de basis zat nog een stam die de hoogte inging en volop bebladerd was. Er was een tiental vruchtlichamen aanwezig in verschillende leeftijden op drie verschillende plaatsen in de stam. Ze waren opvallend en deden denken aan fluweelpootjes maar de steel was veel te licht. Het is vreemd om een soort tegen te komen die zo opvallend is en die je absoluut niet bekend voorkomt! Pas thuis kon de naam worden vastgesteld. Wat een prachtige zwam en wat een prachtig gebied toch weer! De oranjerode hertezwam is zeldzaam en staat als kwetsbaar in de Rode Lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2003): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 4, blz. 245.
E.C. Vellinga (1990): Pluteus. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.2, blz. 55.
M. Lange (1974): Elseviers Paddestoelengids, blz. 122.

14 oktober 2009: Een nieuwe Cantharel bij Leuvenheim

"Zwartwordende cantharel"
Cantharellus melanoxeros Desm.
Zwartwordende cantharel door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2009)
Beschrijving:
Lichtenbelt (achter Leuvenheim) is vol verrassingen. Dat wist ik al, want er zijn hier vele leuke ontdekkingen te doen als het om bijzondere paddenstoelen gaat. Een mooie wandeling leverde deze keer een voor mij onbekende Cantharel op, die qua kleur niet leek op één van de mij al bekende soorten uit deze groep. De volgende dag wilde ik een meegenomen exemplaar onder de microscoop bekijken en zag dat de voet van de steel en de hoedrand zwart waren geworden. Na enig speurwerk naar de verschillende soorten Cantharellen kwam ik uit op Cantharellus melanoxeros, die we vanwege zijn verkleuring voorlopig maar 'Zwartwordende cantharel' zullen noemen. Ik heb direct na deze bevinding onze expert Thom Kuyper opgezocht en zowaar, ik werd meteen door hem bevestigd: deze Cantharel is nieuw voor Nederland!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M. van der Vegte (2010): Cantharellus melanoxeros: nieuw in Nederland. Coolia 53(1): 23-24.
G.J. Krieglsteiner (2000): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 2, blz. 15-16.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 135.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1986): Pilze der Schweiz, Band.2, blz. 372.

10 oktober 2009: Goudgele holsteelboleten in de Hatertse Vennen

Goudgele holsteelboleet
Boletinus cavipes f. aureus (Rolland 1888) Sing.
Goudgele holsteelboleet door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
Deze goudgele holsteelboleten vond ik vandaag in de Hatertse Vennen bij Nijmegen onder lariks. Zij stonden er samen met de Appelrussula en gewone Holsteelboleet. In dit gebied heeft de afgelopen jaren grootschalige kap plaatsgevonden. Volgens Staatsbosbeheer moesten vrijwel alle dennen en andere naaldbomen verdwijnen, omdat ze te veel water aan de vennen zouden onttrekken. De kap is geschied, wat overbleef is een woestijn en in de vennen heeft nadien zelden zo weinig water gestaan. In de zomer liggen de vennen nu te blakeren in de zon, niet langer beschermd door de schaduw van de bomen... Gelukkig is een klein perceel naaldbos gespaard gebleven, alwaar de genoemde vondsten werden gedaan. Overigens vind ik op deze plek al sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw Appelrussula's en Holsteelboleten; de Goudgele holsteelboleet is dit jaar nieuw. De Holsteelboleet is in de Rode Lijst opgenomen als kwetsbaar.
Zie ook de waarneming uit 2007.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 480.
J.A. Muñoz (2005): Boletus s.l., Fungi Europaei Vol. 10, blz. 164.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Bnd.3, blz. 50.

3 oktober 2009: Bladhoopchampignon nieuw op Nijenrode

Bladhoopchampignon
Agaricus rufotegulis Nauta
Bladhoopchampignon door Martijn Oud
Foto: Martijn Oud (2009)
Beschrijving:
Eind september ontdekte ik een lekker maaltje champignons op een overjarige bladhoop. Een paar dagen later was deze snelle groeier echter al te oud voor consumptie, dus toch nog maar eens kijken of het inderdaad de wilde vorm van de gekweekte champignon was, waar hij in eerste instantie aan deed denken. Niet dus, maar wat het wel was? Ook binnen de Utrechtse kleiboswerkgroep is er toen naar gekeken, maar we kwamen niet verder dan "in de buurt van" A. porpyrhizon... Tijdens de NMV-excursie van 3 oktober stond er nog een mooie groep, maar nadeterminaties leverden opnieuw niets op. Het artikel over exoten van Menno Boomsluiter in de laatste Coolia, bracht me ineens op een idee: en jawel, na hercontrole van het bewaarde materiaal bleek het hier inderdaad om de Bladhoopchampignon te gaan! Het werd de eerste nieuwe soort van dit jaar voor de totaallijst van Nijenrode. De Bladhoopchampignon, beschreven in 1999, was eerder gevonden in Amersfoort en Wijster.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M. Boomsluiter (2009): Exotische paddenstoelen, een bedreiging voor de Nederlandse mycoflora? Coolia 52(4), blz. 178.
M.M. Nauta (2001): Agaricus. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.5, blz. 60-61.

27 september 2009: Grote vierslippige aardsterren te Piaam (Friesland)

Grote vierslippige aardster
Geastrum fornicatum (Huds.) Hook.
Grote vierslippige aardster door Joop Leertouwer
Foto: Joop Leertouwer (2009)
Beschrijving:
Op 27 September was er in de Buisman eendenkooi te Piaam, waar ik als vrijwilliger werk, een open dag voor het publiek. Tijdens de rondleiding van een groep mensen viel mijn oog op een aantal aardsterren, verscholen onder takken. Ik dacht een nieuwe standplaats van de Gekraagde aardster, die bij tientallen in de kooi gevonden worden, te hebben aangetroffen. Maar deze aardsterren was ik nog niet eerder tegengekomen. Ik nam voor de determinatie een exemplaar mee naar huis. Daar kwam ik, vol ongeloof, tot de conclusie dat het de Grote vierslippige aardster moest zijn. Ik heb dit exemplaar tijdens een bijeenkomst van de Paddenstoelenwerkgroep Friesland overhandigd aan Sjoerd Greijdanus. Hij mailde mij later dat ook hij, na determinatie, dacht aan Geastrum fornicatum. De Grote vierslippige aardster is zeer zeldzaam en staat als ernstig bedreigd op de Rode Lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L.M. Jalink (1995): De aardsterren van Nederland en België, blz. 42.
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nerderlandse paddestoelen. Balkema, blz. 288.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 254.

27 september 2009: Grauwstelige russula's op de Sallandse Heuvelrug

Grauwstelige russula
Russula decolorans (Fr.) Fr.
Grauwstelige russula door Ismael Wind
Foto: Ismael Wind (2009)
Beschrijving:
Op mijn zoektocht naar Koperrode en Larixspijkerzwammen in een gebied waar ik deze soorten zou verwachten, kwam ik een mooie Russula tegen. De soort stond tussen de vele Appelrussula's (Russula paludosa) die het gebied rijk is, maar wat opviel was de prachtig oranje kleur. Eerst dacht ik dat het gewoon een wat afwijkend gekleurde Appelrussula was, maar bij nadere inspectie zag ik dat de steel niet rood was aangelopen en dat het vlees in de steel bij doorbreken antracietgrijs was. Zou het dan toch iets anders zijn? In het boekje van Gerhardt keek ik bij de Appelrussula en op dezelfde bladzijde ontdekte ik toen de foto en beschrijving van de zeer zeldzame Grauwstelige russula! Toen heb ik Wim Ligterink gebeld, de consul van Overijssel en Russula-kenner bij uitstek. En Wim ging meteen met mij mee terug het veld in, alwaar hij mijn determinatie bevestigde. Het belangrijkste kenmerk is dat de steel, lamellen en het vlees zwart aanlopen. Volgens de Rode Lijst is de soort ernstig bedreigd en de laatste 15 jaar niet meer waargenomen.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 440.
F. Kränzlin (2005): Pilze der Schweiz, Band 6 blz. 158.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 534.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 106.

23 september 2009: Pronksteelboleet na 41 jaar terug in Epe

Pronksteelboleet
Boletus calopus Pers.
Pronksteelboleet door Menno Boomsluiter
Foto: Menno Boomsluiter (2009)
Beschrijving:
Ik stond op het punt op mijn fiets te stappen nadat ik mijn ronde voor september in mijn meetnet had gedaan, toen mijn oog viel op een drietal boleten met vale fletse hoeden. Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven want dit waren Pronksteelboleten. Thuis bleek dat op deze vindplaats in Tongeren, bij Epe, de Pronksteelboleet voor het laatst 41 jaar geleden gezien is. Gedurende alle jaren dat ik hier rondloop en ook mijn meetnet bijhoud heb ik er nooit één gezien. Is dit geen bewijs hoe lang mycorhiza paddenstoelen zich schuil kunnen houden? Een kleintje kun je voorbij lopen maar dit zijn stevige jongens. De Pronksteel is volgens de Rode Lijst bedreigd.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 155.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 472.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 202.

21 september 2009: Prachtamaniet in Twente

Prachtamaniet
Amanita ceciliae (Berk. & Broome) Bas
Prachtamaniet door Kees Grims
Foto: Kees Grims (2009)
Beschrijving:
Het is niet onze gewoonte een bijzondere soort vaker dan driemaal in deze rubriek op te nemen, maar de webmaster kon deze foto niet weerstaan...
De maker van de foto was bij een meertje in een natuurgebied van Staatsbosbeheer op zoek naar libelles en kikkers. Zijn oog viel op de mooie vorm en kleur van deze Amaniet. Eerst dacht hij nog dat het een soort Vliegenzwam was, maar bij nadere inspectie zag deze paddenstoel er toch anders uit. Omdat het licht mooi was, werd de foto-apparatuur toch maar gepakt en deze prachtige Prachtamaniet raak geschoten!
Bekijk ook de de waarnemingen van 2008, 2006 en 2004.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 28.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 394.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 22 en 23.

10 september 2009: Violette satijnzwam in Smoddebos (Twente)

Violette satijnzwam
Entoloma euchroum (Pers.) Donk
Violette satijnzwam door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)
Beschrijving:
Het Smoddebos is het hele jaar door flink vochtig door de leem. Vroeger was het een “vloeimaat”. Een lage weide met walletjes eromheen die met beekwater bevloeid werd. Vrij uniek in Nederland. Een reden om er regelmatig naar paddenstoelen te kijken. Op een oude, bemoste en vermolmde stobbe van een haagbeuk dacht ik Amethystzwammen te zien, maar dan wel erg klein. Bij een lichte aanraking brak er een doormidden en hing ondersteboven aan het steeltje. Daardoor waren de intens violette lamellen zichtbaar en kon je de holle steel ook goed zien. Een mooie kans om eerst maar eens foto's te maken en daarna de determinatie uit te voeren. Dat viel gelukkig mee. De uitzonderlijke kleur, holle steel, vezelige structuur van de steel en hoed brachten me al snel bij de Satijnzwammen. De Violette satijnzwam blijkt een buitenbeentje te zijn in het geslacht: een standplaats op hout is ongebruikelijk voor Satijnzwammen. Ze vielen op door de giftige kleur; de hoed was slechts 12 mm. De Violette satijnzwam is zeldzaam en staat op de Rode Lijst als bedreigd.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 174.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 240.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1995): Pilze der Schweiz, Band 4, blz. 68.
M.E. Noordeloos (1992): Fungi Europaei Vol. 5, Entoloma s.l., blz. 425.

8 september 2009: uitbreiding Grove sponstruffel in Twickel (Twente)

Grove sponstruffel
Gautieria morchellaeformis Vittadini
Grove sponstruffel door Henri Jansen
Foto: Henri Jansen (2009)
Beschrijving:
In mij telgebied in Twickel heb ik ook dit jaar weer de Grove sponstruffel gevonden. Een bijzonderheid dit jaar is dat ik een nieuw mycelium heb ontdekt op zo'n 35 meter van de oude locatie. Er bevonden zich respectievelijk tien en zes vruchtlichamen. De vruchtlichamen blijken een heerlijk hapje voor naaktslakken, gezien de vraatsporen. Als naaste buurman heeft hij de Goudgele koraalzwam (Ramaria aurea), maar ook zijn andere buren, stekelzwammen zoals Blauwvoet stekelzwam (Sarcodon scabrosus, met minstens 60 vruchtlichamen!), Fluwelige stekelzwam (Hydnellum spongiosipes), Wollige stekelzwam (Phellodon confluens) en Gezoneerde stekelzwam (Hydnellum concesscens ss. str.) mogen er zijn. Zie voor meer bijzonderheden over deze soort de waarnemingen van 2006 en 2007.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 108.
G.J. Krieglsteiner (2000): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 2, blz.194.
G.A. de Vries (1971): de fungi van Nederland 3. Hypogaea. WM 88, blz. 29.

5 september 2009: Amicodisca virella nieuw in Nederland

Amicodisca virella (P. Karst.) Huhtinen

Amicodisca virella door Stip Helleman
Foto: Stip Helleman (2009)
Beschrijving:
Gewoon even een moerasbosje inlopen en wat dode takjes op de grond omdraaien, in een vrij vochtige voormalige turfkuil stootte ik op deze miniscule beauty. In eerste instantie dacht ik dat het iets mosachtigs was maar met de loep was het gauw duidelijk. Eerst was de verwachting dat het Amicodisca svrceckii was omdat ik die vijf jaar eerder op minder dan honderd meter van deze plaats had gevonden en er macroscopisch identiek uitziet. Microscopisch bleek het een andere soort te zijn met beduidend grotere sporen die grote oliedruppels bevatten in plaats van een paar kleintjes.
Kijk voor foto's van microscopische details op Stips eigen site.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
A. Raitviir (2006): Fungi non delinati 31.

22 augustus 2009: zeer zeldzame Spatelharpoenzwam op Posbank bij Rheden

Spatelharpoenzwam
Hohenbuehelia auriscalpium (Maire) Singer
Spatelharpoenzwam door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2009)
Beschrijving:
Op een plek op de Posbank te Rheden nabij een kleigat, ideaal geschikt voor paddenstoelen, kwam ik al vaak leuke dingen tegen. Er ligt hier veel dood hout dat soms al erg vergaan is. Op de verschillende houtsoorten, voornamelijk Beuk, maar ook op ander loofhout vond ik al eerder op die plek drie verschillende soorten mooie vrij zeldzame Hertenzwammen. Deze keer groeide de Harpoenzwam weer op dezelfde plek als vorig jaar, op wat ooit een oude beuk was geweest. Deze beuk was erg vermolmd en er zaten zeker zo'n vijftien Harpoenzwammen op! Na determinatie blijkt het hier om de Spatelharpoenzwam te gaan, een soort die slechts van vijf vindplaatsen bekend is in Nederland. Een nieuwe vindplaats dus! Deze paddenstoel staat als gevoelig op de Rode lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 146.
S.A. Elborne (1995): Hohenbuehelia in: Flora Agaracina Neerlandica Vol 3, blz. 160.

22 augustus 2009: Grote stinkzwam in dubbelde gedaanten bij Emmen

Grote stinkzwam
Phallus impudicus L.
Gespleten stinkzwam door Gerrit Oost
Foto: Gerrit Oost (2009)
Beschrijving:
Zaterdag 22 augustus vond Gerrit Oost in het Valtherbos bij Emmen een aantal Siamese Stinkzwamtweelingen. Een zeldzaam verschijnsel, waarover nauwelijks is geschreven en waarvan al helemaal nooit eerder foto's zijn gepubliceerd. Ook niet op internet! De belangrijkste publicaties werden gedaan door Gerard de Vries (1974) en Huub van der Aa (1986) en de laatste komt voor het eerst tot een voorzichtige verklaring van het verschijnsel. Maar pas nadat hij ook gespleten stinkzwammen bij Tsjernobyl zag, waarvan het hem verboden werd erover te publiceren; de foto's zitten in zijn privé-archief.
Dichotomie, het vertakken van de vruchtlichamen, begint al in het primordium en is goed te zien op de laatse foto in deze serie, waarvoor Gerrit een duivelsei doorgesneden heeft. De oorzaak moet in het mycelium gezocht worden en is blijkbaar erfelijk, omdat Huub in een reeks van jaren de verspreiding van het verschijnsel vanuit één 'startpunt' in de bossen rond Baarn waargenomen heeft. Bekijk ook de pagina over teratologie en lees een gedicht van Huub.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H.A. van der Aa (1986): Dichotomie en fasciatie bij Phallus impudicus. Coolia 29(4), blz. 92-96.
G.A. de Vries (1974): Enige opmerkingen naar aanleiding van een Siamese Stinkzwamtweeling. Coolia 17(2), blz. 30.
J.E. Edie (1939): Een Siamese Stinkzwamtweeling. Fungus 11, blz. 12.

21 augustus 2009: opnieuw Zijdetolzwammen op Rhedense begraafplaats

Zijdetolzwam
Coltricia cinnamomea (Jacq.) Murrill
Zijdetolzwam door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2009)
Beschrijving:
De begraafplaats "Heiderust" te Rheden is bijzonder rijk aan paddenstoelen. Ik vind hier regelmatig zeldzame soorten. Bij een zeker graf vond ik vorig jaar al, niet ver van een jonge naaldboom, drie exemplaren van de Zijdetolzwam. Een kijkje bij hetzelfde graf leverde nu echter zo'n 25 exemplaren (!) van deze fraaie soort op, in alle stadia, maar vooral nog jong. Een schitterend gezicht! Deze bijzonder zeldzame paddenstoel, die voor 2008 nog als verdwenen beschouwd werd, hij staat als ernstig bedreigd op de Rode Lijst!
Bekijk ook de waarneming uit 2008.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2000): Die Großpilze Baden-Württembergs Band 1, blz. 429.
P.J. Keizer (1996): Een nieuwe Tolzwam (Coltricia) in aangeplante loofbossen: Coltricia confluens. Coolia 39(2), blz. 84-88.

21 augustus 2009: Saffraanamaniet fleurt begraafplaats in Rheden op

Saffraanamaniet
Amanita crocea (Quél.) Singer var. crocea
Saffraanamaniet door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2009)
Beschrijving:
Op de begraafplaats "Heiderust" te Rheden vond ik een oranjegelige Amaniet, een mooi halfwas exemplaar vlakbij een oude Berk. Zou dit de Saffraanamaniet kunnen zijn? Na foto's gemaakt te hebben besloot ik de dag erna terug te komen om hem volwassen te zien. De teleurstelling was echter groot, die volgende dag was hij verdwenen, helemaal opgegeten door mestkevers en/of slakken! Een stukje verderop ontdekte ik een tweede half opgegeten exemplaar; ik was opgelucht, nu kon ik tenminste microscopisch onderzoek doen... Groot was de verrassing om enkele meters verder een derde exemplaar te ontdekken, in zijn volle gave glorie! Na determinatie blijkt het echt om de zeldzame Saffraanamaniet te gaan. Hij staat als "Gevoelig" op de Rode Lijst.Bekijk ook de waarneming uit 2008.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 128.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 26.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 395.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 23.

17 augustus 2009: Zilvergrijze amaniet in Leuvenheim

Zilvergrijze amaniet
Amanita mairei Foley
Zilvergrijze amaniet door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2009)
Beschrijving:
Het is weer tijd voor de Amanieten en Boleten. Ik ging hiervoor op zoek in 'Lichtenbelt' (achter Leuvenheim, Gld.). Verschillende Amanieten troffen mijn oog, waaronder de Grauwe amaniet (Amanita excelsa) en Porfieramaniet (A. porphyria). Op de terugweg vond ik in de middenberm van een oude Eikenlaan een grijzige Amaniet. Hij leek veel op een Amaniet die ik in vorig jaar ook al in die contreien tegenkwam. Helaas heb ik hem toen niet microscopisch bekeken... Was het Amanita vaginata of de A. mairei? Dit jaar nam ik een stukje uit de hoed mee om hem te onderzoeken; de meeste sporen waren niet rond zoals bij de Grijze slanke amaniet, maar langwerpig. Na contact te hebben gezocht met één van onze ervaren mycologen, die deze paddenstoel eens in Limburg had gevonden, werd ik bevestigd: naar de huidige inzichten mag mijn soort Amanita mairei heten, een zeer zeldzame paddenstoel, die als gevoelig op de Rode Lijst staat!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Horak (2005): Röhrlinge und Blätterpilze in Europa, blz. 237.
G.J. Krieglsteiner (2003): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 4, blz. 26.

16 augustus 2009: weer een nieuwe vindplaats van de Spitse stinkzwam

Spitse stinkzwam
Mutinus elegans (Mont.) E. Fischer
Spitse stinkzwam door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
De nieuwste vindplaats van deze zeer zeldzame stinkzwam ontdekte ik in Heumensoord. Deze keer niet verregend en mooi vers. Bekijk ook de waarnemingen van juli 2007 en september 2006.
De Spitse stinkzwam is toegevoegd aan het project invasieve exoten.

Lees ook:
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M Dam & N. Dam (2004): Een familiebezoek met een luchtje. Coolia 47(4), blz. 218.
G.J. Krieglsteiner (2000): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 2, blz. 167.

15 augustus 2009: Krulzoomridderzwam op landgoed Windesheim, Zwolle

Krulzoomridderzwam
Tricholoma acerbum (Bull.: Fr.) Quél.
rulzoomridderzwam door Evert Ruiter
Foto: Evert Ruiter (2009)
Beschrijving:
Tijdens een excursie van KNNV-Paddenstoelenwerkgroep Zwolle op Landgoed Windesheim stuitten we op een enkele fraaie crèmekleurige paddenstoelen in de berm van een beukenlaan. Aanvankelijk hadden we geen flauw idee waarmee we van doen hadden, maar na enig speurwerk in de aanwezige boeken kwamen we uit bij de Krulzoomridderzwam, een soort die we niet kenden. In het veld bleken alle beschreven macroscopische kenmerken te kloppen. Het meegenomen materiaal werd thuis door drie verschillende mensen microscopisch onderzocht en ook daarbij werd de determinatie in het veld bevestigd. Een bijzondere vondst, want de Krulzoomridderzwam is zeer zeldzaam. De laatste melding in Nederland dateert van 6 oktober 2003. Toen werd de soort gevonden in bij Amerongen door Emma van den Dool. Op de Rode Lijst van 2008 staat de Krulzoomridderzwam vermeld als ernstig bedreigd.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nerderlandse paddestoelen. Balkema, blz. 101.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Bnd.3, blz. 320.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa. Spectrum, blz. 40-41.

13 augustus 2009: Zeldzame Reuzenbreeksteel bij Enschede

Reuzenbreeksteel
Conocybe intrusa (Peck) Singer
Reuzenbreeksteel door Marian Jagers
Foto: Marian Jagers (2009)
Beschrijving:
In een hoek van de rijbaan in een binnenmanege in Enschede groeiden deze week een viertal ivoorkleurige paddenstoelen. Ze waren tot zo'n 4,5 cm hoog, hadden forse, fraai getekende stelen met een knollig verdikte voet en witte lamellen. De hoeden waren grotendeels bedekt met een dun donzig laagje. De schoonheid van deze paddenstoelen ervan werd slechts verstoord door wat zandkorrels die hier en daar op de hoed vast geklonterd zaten. Na het groepje voorzichtig te hebben uitgegraven, ging het in een doosje mee naar huis. Tot welk geslacht het behoorde wist ik nog niet, maar thuis was onder de microscoop aan de lectyforme cheilocystiden direkt te zien dat de paddenstoelen tot het geslacht Conocybe, Breeksteeltje, behoorden. Zo'n forse steel en dan een "Breeksteeltje", wie had dat kunnen bedenken? Door het formaat van de paddenstoel, de lectocystiden, die ook aan de steel te zien waren, en de dubbelwandige sporen zonder kiempore was de vondst vervolgens eenvoudig uit te sleutelen. De Reuzenbreeksteel is een soort die groeit op voedselrijke, humeuze bodem of compost. In dit geval zand vermengd met paardenmest. De soort groeit vooral in kassen, ook wel in stallen en heel soms buiten in tuinen en parken. In de Rode Lijst 2008 is de soort opgenomen als gevoelig.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds (2005): Conocybe. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.6, blz. 149.

10 augustus 2009: Groene aardtongen nabij Boekelo

Groene aardtong
Microglossum viride (Pers.) Gillet
Groene aardtong door Marian Jagers
Foto: Marian Jagers (2009)
Beschrijving:
Tijdens een wandeling ten noorden van Boekelo passeerde ik een in de schaduw gelegen sloot. Een van de wanden leek van een afstandje besneeuwd. Er groeiden een massa paddenstoeltjes op. Nadat ik in de sloot was afgedaald en het kleine grut had bewonderd (later gedetermineerd als Plooiplaatzwammetjes), viel me een groepje groenig gekleurde steeltjes op die wat lager uit de wand staken. Ze groeiden ten dele tussen het mos. De grootste waren ruim 3 cm lang. De steeltjes liepen naar boven breder uit. Het bovenste deel was wat donkerder gekleurd, glad en gevoord, het onderste deel was over de gehele lengte geschubd. Het waren aardtongen. In Nederland komen drie soorten groene aardtongen voor. De twee andere soorten, Gladde groene aardtong (M. nudipes) en Olijfgroene aardtong (M. olivaceum) hebben gladde stelen, bij de door mij gevonden soort is de steel bedekt met kleine schubjes. Groene aardtongen worden in Nederland zeer zelden gevonden, M. viride staat als ernstig bedreigd in de Rode Lijst.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Bnd.1, blz. 134.
R.A. Maas Geesteranus (1964): De fungi van Nederland I: Geoglossaleceae - Aardtongen. WM 52, blz. 12.

2 augustus 2009: Zeldzame Roodnetboleet in Leiden

Roodnetboleet
Boletus rhodoxanthus (Krombh.) Kallenb.
Roodnetboleet door Hans Adema
Foto: Hans Adema (2009)
Beschrijving:
Leiden ligt op een uitloper van het rivierendistrict. Tot het jaar 1100 liep hier de Rijn. Maar omdat Leiden op een kleirug ligt, heeft de Rijn zijn loop naar het zuiden verlegd. Door dit verleden is Leiden rijk aan kleibospaddenstoelen. De Endegeesterstraatweg, waar ik de Roodnetboleet vond, is een oude eikenlaan van het landgoed Endegeest, thans Psychiatrisch ziekenhuis van de Universiteit. De eiken zijn gezond, maar hellen over, zodat er regelmatig geroepen wordt dat ze gekapt moeten worden. Dit voorjaar stond er een groot stuk in het Leidsch Dagblad: dat het nu toch echt ging gebeuren. Gelukkig bleek het een 1 aprilgrap te zijn. De eikenlaan is rijk aan bijzondere paddenstoelen, waaronder nog meer kleibossoorten. Verspreid over jaren heb ik hier ook de Gewone en de Netstelige heksenboleet en de Wortelende boleet gevonden. De Roodnetboleet staat als ernstig bedreigd op de Rode Lijst. Zie ook de waarnemingen uit 2007) en 2004).
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M. Oud (2009): Het voorkomen van de Roodnetboleet in Nederland. Coolia 52(1): 18-23.
G.J. Krieglsteiner (2000): Die Großpilze Baden-Württembergs Band 2. Ulmer, Stuttgart, blz. 222.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Bnd.3, blz. 62.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 201.

1 augustus 2009: Kleine trompetzwam opnieuw massaal op Lonnekerberg

Kleine trompetzwam
Pseudocraterellus undulatus (Pers.: Fr.) Rauschert
Kleine trompetzwam door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2008)
Beschrijving:
Elders in het land is deze soort zeldzaam, maar in Twente lijkt de Kleine trompetzwam, groeiend in de nabijheid van beuk en eik bijna gewoon. In elk geval op de Lonnekerberg bij Enschede. Maar dat is dan ook een bijzonder gebied. Door de vorige eigenaar is er veel naaldhout geplant. De huidige beheerder wil de Lonnekerberg op termijn omvormen naar meer "natuurlijk" Nederlands bos. Een pré voor paddenstoelen die bij loofhout groeien maar voor paddenstoelen bij naaldhout een ramp: Als de Japanse lork verdwijnt, verdwijnt daarmee ook de enige vindplaats van de Larixspijkerzwam (zie hieronder) en nog een aantal specifieke naaldboomsoorten die elders in ons land zeer zeldzaam zijn. De spijkerzwam is inmiddels ook elders in het gebied gevonden. Een grote bedreiging voor het natuur op de Lonnekerberg vormt het plan om het Vliegveld Twente te heropenen als burgervliegveld. Naast geluidsoverlast zal dit gepaard gaan met extra bebouwing en meer verkeer. Marian stuurde een groepsfoto in van de Kleine trompetzwam, voor de details zijn ook foto's toegevoegd van Gerben Winkel. Bekijk verder ook de waarneming uit 2007. De Kleine trompetzwam is de laatste jaren wat vooruitgegaan en staat daarom als kwetsbaar in de nieuwe Rode Lijst (in de oude Rode Lijst was hij nog 'ernstig bedreigd').
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1986): Pilze der Schweiz, Band.2, blz. 374 (als P. snuosus).
R. Phillips (1990): paddenstoelen en schimmels van West-Europa, blz. 192 (als P. snuosus).

30 juli 2009: verdwenen gewaande Larixspijkerzwam opnieuw op de Lonnekerberg

Larixspijkerzwam
Gomphidius maculatus Fr.
Larixspijkerzwam door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
Tijdens mijn vakantie in Lochem heb ik een aantal keren de Lonnekerberg bezocht. Ik had in Coolia gelezen dat daar bijzondere paddestoelen te vinden zouden zijn. Ook dankzij de vele regen in dat gebied stond er inderdaad nogal wat: o.a. de Haagbeukboleet, de Goudgele holsteelboleet en de Kleine trompetzwam. Na nieuwe regenval vond ik bij een tweede bezoek op een lang recht pad met Japanse lork een grote groep Gele ringboleten. Tijdens het fotograferen hiervan vond ik twee donkere, eigenlijk wat onooglijk uitziende paddestoelen, die bij nadere beschouwing de Larixspijkerzwam bleken te zijn! Omdat ik geen naslagwerken bij me had, heb ik de foto's eerst voorgelegd aan een bevriende Tjechische mycoloog en die bevestigde meteen mijn vondst. In Nederland staat de Larixspijkerzwam op de Rode Lijst als verdwenen (de laatste vondst was in 1966 in Baarn), maar toen ik het artikel uit Coolia er weer bijpakte, zag ik ineens de foto's van Marian Jagers: Vorig jaar in september groeide deze zeldzame paddenstoel hier dus ook al!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M. Jagers (2009): Een bergfkwartet, in: Coolia 52(1), blz. 32.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 376.
M.E. Noordeloos (2000): Hoe raak ik thuis in Boleten-2: Van Koeienboleet tot Krulzoom, in: Coolia 43(2), blz. 88.
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nederlandse Paddestoelen, blz. 92.

29 juli 2009: Olieboltruffel op de Veluwe

Olieboltruffel
Hydnotrya michaelis (E. Fisch.) Trapp
Olieboltruffel door Herman ten Grotenhuis
Foto: Herman ten Grotenhuis (2009)
Beschrijving:
Eind juli startte de paddenstoelenwerkgroep Zuid-Oost Veluwe haar activiteiten weer op. Woensdag 29 juli waren we in de buurt van Almen. Meestal vinden we door de gevarieerdheid van het terrein vrij veel soorten, waaronder ook minder algemene. De verwachtingen waren echter niet erg hoog in deze warme en vrij droge periode, maar het bleek erg mee te vallen: de eerste lijst van gevonden soorten telde er toch al zo’n tachtig, waaronder iets bijzonders. Op een pad, dat bezaaid was met dennennaalden, vonden we een paddenstoel zonder steel, die half onder de grond zat. Het bleek te gaan om de Olieboltruffel. Jan Dieker herinnerde zich een eerdere vondst op het Waliën van een aantal jaren geleden, en hij heeft een exemplaar meegenomen voor microscopisch onderzoek.
Volgens het Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen 2008 is de Olieboltruffel ernstig bedreigd. We zullen het terrein in de gaten blijven houden op het voorkomen van deze soort.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 81.
G.A. de Vries (1971): De fungi van Nederland III. Hypogaea, truffels en schijntruffels, blz.13 (als Gyrocratera ploettneriana).

26 juli 2009: Blauwzwarte stekelzwam bij Lichtenbelt

Blauwzwarte stekelzwam
Phellodon niger (Fr.) P. Karst.
Blauwzwarte stekelzwam door Marjon van der Vegte
Foto: Marjon van der Vegte (2009)
Beschrijving:
Vorig jaar had ik in Lichtenbelt (achter Leuvenheim in Gelderland) een mooi laantje ontdekt met Amerikaanse eik. Daar vond ik resten van wat ik vermoedde Stekelzwammen. Daarom besloot ik dit jaar eerder te gaan kijken en jawel er stonden maar liefst drie soorten! Prachtige exemplaren van de Blauwvoetstekelzwam, (Sarcodon scabrosus), jonge exemplaren van de Fluwelige stekelzwam (Hydnellum spongiosipes) en een soort die ik nog nooit had gezien. Dit bleek na determinatie de Blauwzwarte stekelzwam te zijn.
De Blauwzwarte stekelzwam is een zeldzame soort en staat in de Rode Lijst als bedreigd.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 566.
E. Arnolds (2003): De Stekelzwammen en Pruikzwammen van Nederland en België, Coolia 46(3) supplement, blz. 37.
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nederlandse Paddestoelen, blz. 144.

22 juli 2009: Gelobde pruikzwam in Duursche Waarden bij Olst

Gelobde pruikzwam
Creolophus cirrhatus (Pers.: Fr.) P. Karst.
Gelobde pruikzwam door Mike Hirschler
Foto: Mike Hirschler (2009)
Beschrijving:
In de Duursche Waarden, een prachtig natuurgebied langs de IJssel in de buurt van Olst, beheerd door SBB, waren wij gisteren op zoek naar bijzondere planten. Daarbij vonden wij ook een Gelobte pruikzwam aan op een wilg. Vandaag is de vondst bevestigd door Atte van den Berg en Menno Boomsluiter. In 2007 zijn er slechts tien vruchtlichamen van deze soort aangetroffen in Nederland, 2008 is mij onbekend. Volgens Atte is dit de eerste waarneming ooit in deze streken.
De Gelobde pruikzwam is in de nieuwe Rode Lijst van 2008 opgenomen als bedreigd. Daarvóór stond deze soort nog niet op de Rode Lijst!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 572.
E. Arnolds (2003): De Stekelzwammen en Pruikzwammen van Nederland en België, Coolia 46(3) supplement, blz. 27-28.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 247.

21 juli 2009: Tientallen Hooilandwasplaten in Twents vloedbosje

Hooilandwasplaat
Hygrocybe aurantioviscida Arnolds
Hooilandwasplaat door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)
Beschrijving:
Wasplaten staan normaal tussen gras. In hooilandjes en op grazige duin- of krijthellingen. In bosjes zie je ze minder vaak, of het moeten Vuurzwammetjes zijn. Maar die zijn droog en hebben schubjes op de hoed. Deze zijn verschrikkelijk slijmerig en zelfs de lamelsnede is bij de heel jonge exemplaren slijmerig, zodat je bij het determineren uitkomt op Hygrocybe laeta of H. luteolaeta. Maar die hebben een lamelsnede met ixocheilocystiden, dunne, dicht opeenstaande elementen waar de gelatine tussen wordt gevormd. Hier verdwijnt de gelatine, zodat ik denk dat het spul op de lamelsnede van de jonge exemplaren gewoon van de steel afkomstig is. Er zit zoveel slijm op de steel, dat de springstaarten, op weg naar de sporen die ze willen eten, blijven plakken en gewoon doodgaan. De Hooilandwasplaatjes groeiden met vele tientallen op zure, natte leemgrond tussen klaverzuring en gele dovenetel in het Smoddebos bij Oldenzaal. De soort is zeldzaam en staat op de Rode Lijst als kwetsbaar.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds (1990): Hygrocybe. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.2, blz. 109.

21 juli 2009: Kopergoenbekerzwammen in Biezenmortel (Udenhout)

Gewone kopergroenbekerzwam
Chlorociboria aeruginascens (Nyl.) Kanouse
Gewone kopergroenbekerzwam door Betsie van der Kruijs
Foto: Betsie van der Kruijs (2009)
Beschrijving:
Vanmiddag heb ik deze kopergroene bekerzwammen gevonden in de leemputten in Biezenmortel. Ze vielen wel heel erg op door de kleur, maar omdat ik zoiets nog nooit gezien heb, heb ik ze door een vriend laten determineren. Je ziet op de grote foto dat ook het hout verkleurd is door het mycelium van de zwam. Daardoor kan je de soort in het veld al vaststellen, zelfs als er geen vruchtlichamen zijn, want deze verkleuring is typisch. Ondanks zijn opvallende verschijning en in weerwil van zijn naam wordt de Gewone kopergroenbekerzwam maar weinig gevonden: hij is volgens de verspreidingsatlas maar uit 16 uurhokken bekend! Een zeldzame paddenstoel dus!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G. Keizer (1997): Paddestoelen Encyclopedie. Rebo, blz. 65.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 278.

7 juli 2009: Ruwe russula niet zeldzaam in Malden

Ruwe russula
Russula virescens (Schaeff.) Fr.
Ruwe russula door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
Na een lange periode van droogte eindelijk regen, alhoewel de meeste buien links en rechts langs Malden trekken. Toch maar eens in de bossen gaan kijken of er al wat staat en jawel de eerste zomervondst is notabene de Ruwe russula. Het is een van de weinige russula's die in het veld zonder al te veel problemen op naam is te brengen. Hij is te herkennen aan de groenige kleur van de hoed en het min of meer gebarsten hoedoppervlak. Eerst bolrond, vervolgens meer golfend uitgespreid. Lamellen wit/crème, breekbaar. Steel wit, later wat meer bruin wordend. Op de Rode Lijst staat hij als vrij zeldzaam en matig afgenomen en is hij daarom opgenomen als kwetsbaar. Hier in het bos, het Heumensoord, staat hij op diverse plaatsen met als begeleidende bomen: berk en beuk. Hij is hier beslist geen zeldzame verschijning!
Zie ook de waarneming uit 2004.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 446.
F. Kränzlin (2005): Pilze der Schweiz, Band 6 blz. 256.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 94.

2 juli 2009: Toverchampignons in Woubrugge

Toverchampignon
Allopsalliota geesterani Nauta & Bas
Toverchampignon door Hans Adema
Foto: Hans Adema (2009)
Beschrijving:
Een goede kennis van mij, die adviseur is voor de vereniging Groei & Bloei, belde me van de week op met de vraag of ik een champignon wilde determineren. Hijzelf dacht in eerste instantie aan de Gordelchampignon. Die groeit voor het derde jaar in een tuin in Woubrugge. Maar hij zei er direct ook bij: "Je kunt beter mollen in je tuin hebben!", waarop ik meteen overeind schoot en antwoordde, "Dat zijn dus Toverchampignons!". De hovenier van de tuin wilde direct naar Round-up grijpen, maar mijn kennis wist hem te vertellen dat dat niet helpt tegen schimmels. Na mijn determinatie van door hem mee gebrachte exemplaren was er geen twijfel meer. Vandaag ben ik gaan kijken. Er was een heksenkring van clusters, meer dan een meter in doorsnede en met molshopen van 40 cm hoog! Ik heb de eigenaars van de tuin verteld dat ze eigenlijk trots moeten zijn op deze bijzondere vondst, hoezeer de tuin ook wordt verwoest.
Zie ook de waarnemingen uit 2005 en 2003.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M.M. Nauta & C. Bas(2001): Allopsalliota. In: Flora Agaricina Neerlandica, Vol. 5, blz. 62-63.
R. Chrispijn (1986): Champignons in de Jordaan, blz. 18, 68.

26 juni 2009: Boomgaardvuurzwam in Maldense heemtuin

Boomgaardvuuurzwam
Phellinus tuberculosus (Baumg.) Niemelä
Boomgaardvuurzwam door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
In de Heemtuin in Malden zit al jarenlang aan de onderkant van een dode tak van een appelboom de boomgaardvuurzwam. De boom ziet er verder gezond uit, maar de zwam veroorzaakt naar verloop van tijd witrot in het kernhout. Tijdens een storm kan het voor de appelboom dan plotseling het einde zijn. De boomgaardvuurzwam is meerjarig, dik kussenvormig en keihard. De bovenzijde is vaak gebarsten, glad, grijsbruin en groen door de algen. De buisjeslaag is bruin, de poriën rond. Op de Rode Lijst staat hij als vrij zeldzaam en matig afgenomen en daarom is hij opgenomen als kwetsbaar.


Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
A. Bernicchia (2005): Fungi Europaei 10. Polyporaceae s.l., blz. 438.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1986): Pilze der Schweiz, Bnd.2, blz. 266.

18 juni 2009: Zeldzaam Veenmosvuurzwammetje massaal bij Lochum

Veenmosvuurzwammetje
Hygrocybe coccineocrenata var. sphagnophila (Peck) Arnolds
Trechterwasplaat door Bert Nijenhuis
Foto: Bert Nijenhuis (2009)
Beschrijving:
Op het landgoed "De Velhorst" bij Lochem staan langs de rand van een poeltje enkele honderden prachtig rode paddenstoeltjes. De lamellen zijn wit en lopen breed af naar de steel. De steel is donkerrood en de hoedhuid is bedekt met fijne schubben in vrijwel dezelfde kleur als de hoed, waartussen zwarte schubjes. Samen met Jan Dieker hebben we deze wasplaatjes eerst macroscopisch onderzocht. We kwamen toen uit op de Trechterwasplaat, maar microscopische controle is nodig voor zekerheid en dus hebben we vervolgens de basidia onderzocht: die waren ongeveer 50-75 ų lang, wat de determinatie in het veld niet direct bevestigde. Gelukkig heeft Henk Huijser op ons basis van de foto ons nog een duwtje in de goede richting gegeven en kon zo vastgesteld worden dat het om het Veenmosvuurzwammetje gaat, dankzij de zwarte schubjes op de hoed! Langs de rand van de poel groeit veel veenmos en de paddenstoeltjes staan aan de buitenrand van dit veenmos en nog verder van de poel in een strook van ongeveer anderhalve meter breed. De Trechterwasplaat is een zeldzame soort en staat als kwetsbaar op de Rode Lijst
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
D. Boertmann (1996): The genus Hygrocybe, blz. 110.
E. Arnolds (1990): Flora Agaracina Neerlandica Vol 2, blz. 98 (als H. lepida).

7 juni 2009: Schubbig veenmostrechtertje na 21 jaar weer terug

Schubbig veenmostrechtertje
Omphalina gerardiana (Peck) Singer
Schubbig veenmostrechtertje door Bert Dijkstra
Foto: Bert Dijkstra (2009)
Beschrijving:
Sinds 2008 inventariseert de Paddenstoelenwerkgroep Zwolle de natuurgebieden van Natuurmonumenten in de Wieden in Noord-West Overijssel. Al jaren zijn de Wieden, maar ook de Weerribben van Staatsbosbeheer voor mycologen spannende mycologische "terra incognito'-gebieden vanwege hun beperkte toegangklijkheid, botanische rijkdom, en relatief mycologische onbekendheid. In de nieuwe Rode lijst van 2008 wordt het Schubbig Veenmostrechtertje als verdwenen opgegeven. Citaat: "Het Schubbig veenmostrechtertje is voor het laatst in 1987 gezien, maar houdt zich mogelijk nog ergens schuil in moeilijk toeganklijke trilvenen". Bij dezen kunnen we melden dat de soort in augustus 2008 in een veenmosrietland in de Wieden door de leden van de paddenstoelenwerkgroep is teruggevonden. Maar waarschijnlijk is dit trechtertje nooit echt uit Nederland verdwenen. Het vinden van deze soort wordt vanzelfsprekend beperkt door de enigszins moeilijk toegankelijke en voor betreding gevoelige groeiplaats. Maar ook waarschijnlijk door het feit dat deze soort met name fructificeert in de periode mei tot en met augustus. In die zin zou de titel boven dit stukje ook beter kunnen luiden: Eindelijk na 21 jaar weer teruggevonden". Maar bewijzen kun je beide titels niet!
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 214.
Th. W. Kuyper (1995): Flora Agaracina Neerlandica Vol 3, blz. 84.

4 juni 2009: Sponsbekerzwam in Amsterdam Geuzenveld

Sponsbekerzwam
Peziza proteana f. sparassoides (Boud.) Korf
Sponsbekerzwam door Christiane Baethcke
Foto: Christiane Baethcke (2009)
Beschrijving:
Op een houtsnipperpad in het Sloterpark in Amsterdam, waar begin april nog de Vroege bekerzwam (Peziza vesicolusa) massaal stond zag ik nu iets wat me aan het twijfelen bracht. Was dezelfde Peziza nu helemaal ontspoord? Twee groeisels, zo groot als voetballen, als je de verborgen onderkant meetelt, hadden hun weg door de houtsnippers naar boven gevonden. Dit monstrueuze gedrocht deed in eerste instantie niet denken aan een zwam maar aan overblijfselen van een kadaver. De geur was ook niet fris. Eerst wilde ik doorlopen, maar nam dan toch een foto en een stukje materiaal voor onderzoek mee. Na microscopische controle bleek het te gaan om de Sponsbekerzwam. Deze is heel zeldzaam en groeit normaal gesproken op brandplekken. Zoals alle brandplekzwammen staat hij op de Rode lijst als bedreigd. Toen ik een week later terug ging kon ik gelukkig nog een foto maken van een nieuw uitgroeisel dat meer herkenbaar was (zie hiernaast).
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
J. Geesink (1984): Peziza proteana var. sparassoides nieuw voor Nederland. Coolia 27(2), blz. 33-35.
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 25.

28 mei 2009: Opnieuw Breedsporig mosschijfje in Twente

Breedsporig mosschijfje
Octospora roxheimii Dennis & Itzerott
Breedsporig mosschijfje Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)
Beschrijving:
Van een klein stuk akkerland naast de eeuwenoude Rossummermeden is vorig jaar een dikke laag zand afgeschoven en een kikkerpoel aangelegd. Het stijgende grondwater heeft invloed op de vochtigheid van de nog bijna maagdelijke bovenlaag van fijn zand met leem. Hierdoor is er een massaal tapijtje gaan groeien van Gewoon krulmos dat op de natte delen groen is en daar samen met honderden Breedsporige mosschijfjes is te vinden. Tussen het oudere en inmiddels bruine krulmos staan hier en daar nog enkele mosschijfjes. Kennelijk staan ze hier al een tijdje. De biotoop komt overeen met dat van april 2008 (twee kilometer verderop). Het is nu ruim een maand later dan toen, maar het Breedsporig mosschijfje staat er nog fris bij, omdat deze grond met een viltig algenlaagje vocht lijkt te zweten. De mosschijfjes zijn gemiddeld slechts drie millimeter groot en pas goed te zien als je knielt. Ze veroorzaken ook dode en kale plekken in het mos. Je vind ze altijd in losse groepjes, maar samen wel met vele tegelijk. Laurens van Run heeft de vondst microscopisch onderzocht. Deze zeer zeldzame soort wordt altijd samen met Gewoon krulmos (Funaria hygrometrica) gevonden. De Rossummermeden is een zeer oud stukje cultuurgrond in Twente dat gelukkig gespaard is gebleven tijdens de ruilverkaveling.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 107.
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 57.

17 mei 2009: Meidoornbesgeweizwammen in de Leidse Hortus Botanicus

Meidoornbesgeweizwam
Xylaria oxyacanthae Tul.
Meidoornbesgeweizwam door Hans Adema
Foto: Hans Adema (2009)
Beschrijving:
In de Leidse Hortus Botanicus staat een Amerikaanse meidoonsoort, Crataegus mollis, waaronder sinds enkele jaren in het voorjaar massaal meidoornbesgeweizwammetjes te voorschijn komen. Deze zwammetjes groeien op de halfbegraven meidoornbessen. Toen ik ze voor het eerst vond, drie jaar geleden, herkende ik ze meteen als zodanig, maar ik zag de meidoorn aan voor een lijsterbes, omdat die daar meer op lijkt. Tot ik dit jaar het bordje bij de boom ontdekte. Ze staan er met honderden, zo niet duizenden. En dan te bedenken dat ik ooit met Jan Meijvogel een hele ochtend door Meyendel alle meidoorns op ons pad heb afgezocht. In de herfst hebben ze ascosporen en dan moet je er naar zoeken, maar nu, in het voorjaar en de zomer, verschijnen ze massaal: ze knallen eruit! Zie ook de waarnemingen uit 2004 en 2005.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 352.
B. Cetto (1984): Der Große Pilzführer, Bnd.4, plaat 1286 (als C. alopecia).
H.S.C. Huijsman (1979): Ruwsporige Coprini en hun sporen. Coolia 22/1, blz. 12-21.

9 mei 2009: Franjehoed op zwijnenmest op de Veluwe nieuw voor Nederland

Franjehoed op zwijnenmest:
Psathyrella berolinensis Ew. Gerhardt
Psathyrella berolinensis door Menno Boomsluiter
Foto: Menno Boomsluiter (2009)

Psathyrella berolinensis door Marjon van der Vegte
Foto's: Marjon van der Vegte (2009)
Beschrijving:
Op 26 februari werd door leden van de paddenstoelenwerkgroep Apeldoorn van de KNNV in het Lierderbosch bij Beekbergen een aantal paddenstoeltjes op zwijnenkeutels gevonden. Door een paar mensen zijn die zwammetjes ijverig doorgekweekt en zo is er uiteindelijk een keutel bij Menno Boomsluiter afgeleverd ter determinatie. Die determinatie leverde echter nogal wat problemen op, omdat deze Psathyrella niet in het boek van Kits van Waveren voorkomt en in tegenstelling tot andere uit ons land bekende soorten pileocystiden (haarachtige cellen op de hoed) bezat. Via een vermelding in een Italiaans boek en een afbeelding in de Grote paddenstoelengids voor onderweg van Ewald Gerhardt kreeg het zwammetje uiteindelijk een naam. Die determinatie is inmiddels door Eef Arnolds bevestigd.
Zaterdag 9 mei vond Marjon van der Vegte ook paddenstoeltjes op zwijnenmest, nu op de Posbank in De Steeg, daar komen veel zwijnen voor. Op een bepaalde plek vond zij ruim 30 keutels met deze paddenstoeltjes. Zij meende de soort te herkennen in het boekje van Gerhardt en liet haar materiaal door Aldert Gutter microscopisch onderzoeken. Dankzij het gedegen werk van Menno, die al een complete beschrijving had gemaakt die hij met zijn foto's naar de website had gemaild, kon ook Marjons determinatie worden bevestigd.
Psathyrella berolinensis is een zeldzame soort tot nu alleen bekend uit Midden Europa. De soort is tot nu toe alleen nog op zwijnenkeutels gevonden. Ook op Waarneming.nl zijn inmiddels meldingen gedaan van deze soort.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
H. Alting & M. Boomsluiter (2010): Een onbekende mestfranjehoed in Gelderland. Coolia 53(1): 20-22.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 372.

7 mei 2009: Kegelmorieljes achter kliko's in Arnhem

Kegelmorielje
Morchella elata Fr.
Kegelmorielje door Marion van der Vegte
Foto: Marion van der Vegte (2009)
Beschrijving:
Na een vakantie in Griekenland, waar ik in het Pindosgebergte een aantal voor Nederland zeldzame voorjaarspaddenstoelen vond, maar helaas geen Morielje, kreeg ik bij thuiskomst een telefoontje van een kennis die mij vertelde dat er een paddenstoel met gaatjes in het gangpad achter de kliko stond. Dat kon wel eens een Morielje zijn! De verbazing was groot op welk een vreemde plek deze paddenstoelen (in totaal 5 exemplaren) hier gedijden; één was bijna 19 cm hoog! Na determinatie bleek het hier om de Kegelmorielje te gaan, die volgens de Rode Lijst bedreigd is. Men kan hem vinden op kalkhoudende, mineraalrijke bodems, maar wordt in ons land het meest in tuinen en plantsoenen gevonden. Zie ook de waarneming uit 2006.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 624 (als M. conica)
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nederlandse Paddestoelen, blz. 319.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Bnd.1, blz. 44.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 265.

16 en 19 april 2009: Kapjesmorieljes in Malden en Vingerhoedjes op Oostvoorne

Kapjesmorielje
Morchella semilibera DC.: Fr.
Kapjesmorielje door Gio van Bernebeek
Vingerhoedje door Gio van Bernebeek
Foto's: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
Alle mogelijke vindplaatsen van morieljes zoek ik elk voorjaar weer af. Zo ook de heemtuin in Malden, waar bij een inventarisatie van paddestoelen een aantal jaren geleden ook kapjesmorieljes waren gevonden. Ze groeien er op een zanderig heuveltje onder meidoorn, meestal in april, soms ook pas in mei. Ze zijn niet ieder jaar present. Afgelopen donderdag zaten er een paar verschrompelde, droge hoedjes nog half in het zand verborgen. Vrijdag, na de flinke regenval van die nacht, stonden ze erbij als op de foto! De kapjesmorielje is volgens de rode lijst kwetsbaar en opgenomen als matig afgenomen en vrij zeldzaam. Zie ook de waarneming uit 2006.



Vingerhoedje
Verpa conica (O.F. Müll.) Sw.

Beschrijving:
Het enthousiasme voor deze voorjaarssoort (en natuurlijk ook het bijpassende mooie weer!) bracht Gio naar Oostvoorne, want de duinen staan bekend om deze verschijningen. Daar vond hij in het bos bij bezoekerscentrum Tenellaplas opnieuw Kapjesmorieljes, maar ook nog Vingerhoedjes! Het Vingenrhoedje heeft een afname in de verspreiding laten zien van meer dan 75% en staat daarom in de nieuwste Rode Lijst als bedreigd. De oorzaak van deze afname is nog onbekend, omdat er nog weinig bekend is over de ecologie van de soort, die zijn verspreidingsgebied niet alleen in de duinen heeft, maar ook elders op onze zandgronden, in de Limburgse löss en zelfs houtsnipperbedden. Zie ook de waarneming uit 2004.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen, blz. 252 (Vingerhoedje, foto op blz. 246).
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 624 (Kapjesmorielje) en 626 (Vingerhoedje).
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nederlandse Paddestoelen, blz. 321 (Kapjesmorielje) en 322 (Vingerhoedje).

3 april 2009: Een nieuw Zwermkommetje bij Oldenzaal

Godronia uberiformis J.W. Groves Godronia uberiformis door Marian Jagers
Godronia uberiformis door Marian Jagers

Foto's: Marian Jagers (2009)
Beschrijving:
Vorig jaar voorjaar was ik iets ten westen van de Rossumermeden te Oldenzaal in een perceel met loofhout terecht gekomen, waar aan de rand van de Rossumerbeek een groot aantal Slanke sleutelbloemen bloeiden. Het leek het me leuk om er nóg eens te gaan kijken, maar dit keer stonden de bloemen jammer genoeg nog in knop. Ik draaide er nog wat dood hout om en het viel me op dat de afgestorven stengels van de Ribes erg gestekeld waren. Op deze stengels was een massa vruchtlichamen van een schimmel te zien. Twee vormen die beide door de schors heen braken en in kleine groepjes bij elkaar of solitair groeiden. Stip Helleman suggereerde dat het Godronia ribis zou zijn. De geslachtsnaam bleek juist maar de sporenmaat kwam in het geheel niet overeen: die paste beter bij Godronia uberiformis, een ascomyceet die in Nederland nog niet eerder was gemeld. Stip heeft de vondst inmiddels gecontroleerd, bevestigd en ook op zijn website gezet!
Toeval of was ik inmiddels bekend met de soort? Toen ik afgelopen week bij mij thuis het bos in ging en het niet kon laten om daar ook de Ribes te bekijken, bleek de soort hier ook voor te komen!
De geslachtelijke sporenvormende vruchtlichamen zijn tot zo'n 2,2 mm hoog en tot 1,2 mm breed. Bolrond tot komvormig. Droog in elkaar geschrompeld. Nat glanzend, zelfs wat doorschijnend. Donker olijfgroenbruin tot bruinzwart. De rand aan de bovenzijde is wat lichter van kleur en scheurt bij rijpheid onregelmatig open. De buitenzijde is ruw vezelig, vlokkig. Het hymenium is grijsachtig. De asci zijn inoperculaat en de ascustop verkleurt blauw in Lugol. De sporenmaat 67–96 x 1,6–2,5 ų en tot 7x gesepteerd.
De ongeslachtelijke sporenvormende vruchtlichamen zijn ongeveer tot zo'n 2,5 mm hoog, cylindrisch naar boven versmald, kruikvormig (anders gevormd dan bij G. ribis). Donkerbuin tot zwart. Nat doorschijnend als rookglas. De Conidiën zijn langwerpig tot spoelvormig, kleurloos, tot 3x gesepteerd, 14,4–20,8 x 2,4–3,2 ų.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 149.
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1987): Microfungi on Land Plants, blz. 225.
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 157.

30 maart 2009: Moerasmosoortjes

Moerasmosoortje
Arrhenia lobata (Pers.) Redhead
Moerasmosoortje door Melchior van Tweel
Foto: Melchior van Tweel (2009)
Beschrijving:
Wekelijks bezoek ik de Natuurtuin in het Engelse Werk te Zwolle. Ondanks dat ik het gebiedje heel goed ken, kom ik er toch regelmatig voor verrassingen te staan. Zo vond ik op 30 maart een paddenstoeltje dat ik niet kende. Op het eerste gezicht leek het wel wat op een Judasoor of raar gevormde Cantharel. Na betere bestudering bleek het een heel groot oorzwammetje te zijn, dat groeide op Gewoon puntmos (Calliergonella cuspidata). Thuis bleek het om het Moerasmosoortje te gaan, een zeer zeldzame soort in Nederland en kwetsbaar volgens de Rode Lijst. Het is slechts de zesde vindplaats in ons land; alle andere vindplaatsen bevinden zich in de duinen (duinvalleien) of in kalkrijke laagveenmoerassen. Het biotoop in de natuurtuin lijkt heel afwijkend, maar dat valt mee. Door de inlaat van het gebufferd proceswater vanuit het aangrenzende drinkwaterpompstation, krijgt het inderdaad wel wat weg van genoemde biotopen.
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2001): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 3, blz. 128.
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (1992): Nordic Macromycetes, Vol.2, blz. 99.

28 maart 2009: Roze grondschijfjes op voormalige landbouwgrond bij Amersfoort

Roze grondschijfje
Discinella menziesii (Boud.) Boud.
Roze grondschijfje door Hans Meulenbelt
Foto: Hans Meulenbelt (2009)
Beschrijving:
Bij Amersfoort ligt een natuurontwikkelingsgebied op voormalige landbouwgrond, 'Bloeidaal'. Dit kwelrijke gebied maakt deel uit van het beekdal van de Barneveldse Beek en wordt beheerd door Het Utrechts Landschap. Op een mossig terreintje in het deelgebied het oostelijke Horstmoeras stonden op 28 maart honderden (ca 1000!) Blauwgroene trechtertjes (zie hieronder). In hetzelfde terrein staan ook de roze grondschijfjes, die ongeveer dezelfde habitateisen stellen als de Blauwgroene trechtertjes. Voor beide soorten is dit de eerste vondst in de provincie Utrecht. Net als bij het Blauwgroen trechterje ligt het in de lijn der verwachtingen dat ook deze soort algemener zal worden nu het aantal natuurontwikkelingsterreinen in ons land toeneemt.
Zie ook de waarnemingen uit 2008 en 2007
Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, p. 150.
L. Rommelaars & J. Hengstmengel (2004): Mycologische avonturen in de Kaaistoep 3. Coolia 47(4), p. 198-199, 204.

27 maart 2009: Mosschelpjes in Twente

Mosschelpje
Chromocyphella muscicola (Fr.) Donk
Mosschelpje door Gerben Winkel
Aangetast mos met mosschelpjes door Gerben Winkel

Foto's: Gerben Winkel (2009)
Beschrijving:
Vrijdag 13 maart was mijn geluksdag. Speurend naar voorjaarssoorten vond ik een groepje stippen of "schimmeltjes" op de noordkant van een dikke beuk in Landgoed Boerskotten. Het was de tweede vondst van Mosschelpjes in Twente. Nico Dam had me ruim een maand eerder al gewezen op de mogelijke aanwezigheid van het Mosschelpje. Met deze wetenschap zijn we met ons werkgroepje gaan zoeken. We waren toch al bijzonder in de ban van de kleinste op mos groeiende soorten (zie de waarneming van het Kringmosoortje) toen op 9 februari Laurens van Run in het Voltherbroek een flink groepje Mosschelpjes op Klauwtjesmos vond aan de noordkant op de gladde schors van een omgewaaide Wilde kers (Prunus avium), ongeveer 50 cm boven het maaiveld. Met dat zoekbeeld in je hoofd blijkt het een stuk makkelijker de kleine paddenstoeltjes te vinden. Volgens Menno Boomsluiter (zie het artikel in Coolia) kun je ze al fietsende vinden als je kijkt naar de afstervende kale plekken in het Klauwtjesmos met de bruingele dood-mos-kring op een beukenstam. Getuige de vondsten in Gelderland is het beslist een uitdaging om fietsend naar natte bemoste beuken te kijken, maar zeker ook de andere bomen in de gaten te houden en van stippen op stammen stippen op de kaart te maken.
Disndagmorgen 24 maart ben ik volgens de zoekmethode van Menno Boomsluiter gaan zoeken naar het Mosschelpje op landgoed Het Oosterveld tussen Oldenzaal en Hengelo. En de methode om al fietsende naar bruine kringen op bemoste beuken te kijken, blijkt succes te hebben! Bij drie dikke en een dunne beuk had ik beet. De Mosoortjes zaten altijd aan de noordkant van de natste bemoste beuken. Een keer op meerdere plaatsen langs de stam tot op 3,5 meter hoogte. Daar waren de Mosschelpjes ook het mooiste en kon je ze in een kring nabij de gele dode rand zien zitten. Helaas te hoog voor foto's. En hoe algemeen zou het Mosschelpje eigenlijk zijn? Op 27 maart staat de stand al op acht beuken!

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
N.J. Dam & M.W. Boomsluiter (2009): Heksenkringen in het mos. Coolia 52/2, blz. 67-72.
G.J. Krieglsteiner (2001): Die Großpilze Baden-Württembergs, Bnd.3, blz. 600.
L. Hansen & H. Knudsen (1992): Nordic Macromycetes, Vol.2, blz. 335.

27 maart 2009: Voorjaarskluifzwammen bij Groesbeek

Voorjaarskluifzwam
Gyromitra esculenta (Pers.:Fr.) Fr.
Voorjaarskluifzwammen door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
Vorig jaar kreeg ik een melding van Voorjaarskluifzwammen in het Reichswald in de buurt van cafe Merlijn bij Groesbeek. Inderdaad na enige tijd zoeken het groepje gevonden, nog op Nederlands grondgebied, maar de beste tijd zat er erop. Daarom heb ik dit jaar vanaf half maart de plek in de gaten gehouden en vorige week vertoonden zich de eerste twee speldeknopgrote Voorjaarskluif-zwammetjes! In de afgelopen week zijn ze, mede dankzij de regen, uitgegroeid tot zo'n 4 cm. De komende tijd zullen er wel meer volgen. De Voorjaarskluifzwam staat in de nieuwe Rode Lijst als bedreigd en sterk afgenomen. Amerikanen noemen hem de 'Rode morielje' en sommigen eten deze kluifzwammen ook, als er maar geen dode vliegen onder liggen... Dat lijkt me wel een soort Russische Roulette, want de gifstof gyromitrine is dodelijk! Hier in de buurt gaat hij steeds samen met grove den op zandgrond. Bekijk ook de waarnemingen uit 2008 en 2006.
Begin april werd de Voorjaarskluifzwam ook gevonden in het Dieverveld in Drenthe door Robbert Vlagsma.
Zijn foto's zijn toegevoegd achter die van Gio van Bernebeek.

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 626.
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nederlandse Paddestoelen, blz. 317.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 267.

20 & 26 maart 2009: Blauwgroen trechtertje bij Lochem

Blauwgroen trechtertje
Omphalina chlorocyanea (Pat.) Sing.
Blauwgroen trechtertje door Bert Nijenhuis
Foto: Bert Nijenhuis (2009)
Beschrijving:
Op 20 maart vindt Bert Nijenhuis meer dan 150 exemplaren op een afgegraven stuk land bij het 'Kienveen' op het landgoed De Velhorst bij Lochem. Op 26 maart vindt Herman ten Grotenhuis de soort daar ook. De eerste melding uit Nederland komt uit Hoogeveen in 1973 de volgende uit 1993 van Texel. In de Rode Lijst van 1996 vinden we de vermelding 'gevoelig' door het kwetsbare biotoop; door de huidige natuurbouw c.q. onderhoudsactiviteiten spelen we dit paddenstoeltje aardig in de kaart en volgens de huidige Rode Lijst wordt de soort niet langer bedreigd. Hij komt vooral voor op pionier plaatsen waar stevig geplagd is, samen met moeraswolfsklauw en ronde zonnedauw neemt hij bezit van zo’n plek tot de vegetatielaag te dicht wordt, waardoor hij weer verdwijnt. Een van de gebieden waar nog al wat bouwactiviteiten hebben plaats gevonden is het Kienveen bij Lochem waar enkele jaren geleden stevig geplagd is. Bekijk ook de waarneming uit 2007.
Op 28 maart vond Hans Meulenbelt honderden (ca 1000!) Blauwgroene trechtertjes op een mossig terreintje van ongeveer 50 bij 50 meter in een natuurontwikkelingsgebied op voormalige landbouwgrond bij Amersfoort.

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
M.W. Boomsluiter (2005): Onbemind maakt onbekend. Coolia 48/2, blz. 50-52.
L. Rommelaars (2004): Mycologische avonturen in de Kaaistoep 2. Coolia 47(2), p. 81, 87.
Th.W. Kuyper (1995): Omphalina. In: Flora Agaricina Neerlandica, Vol.3, blz. 82.

27 februari 2009: Klein oranje zandschijfje bij Groesbeek

Klein oranje zandschijfje
Byssonectria aggregata (Berk. & Broome) Rogerson & Korf
Klein oranje zandschijfje door Gio van Bernebeek
Foto: Gio van Bernebeek (2009)
Beschrijving:
langs de niet meer gebruikte spoorlijn Nijmegen-Kleef ligt het natuurgebied De Mulderskop, onderdeel van Boswachterij Groesbeek, In voorgaande eeuwen was het een schapenuitlaatplaats voor de Groesbekers. Het is een open gebied met veel struik- en dopheide. Een schaapskudde houdt het terrein open. In dit gebied speurde ik in de voorjaarsvakantie naar speldenprikzwammen op aanwezige schapen- en konijnenkeutels. Niet gevonden, wel kleine oranje schijfjes. In eerste instantie dacht ik aan het Oranje mestzwammetje, maar een ander meende dat het Compostborstelbekertjes moesten zijn. Onzekerheid dus. Materiaal opgestuurd naar Aldert Gutter en hij determineerde ze tenslotte als het Klein oranje zandschijfje. Van Aldert is aan het eind van de serie ook een foto toegevoegd die een indruk geeft van de grootte van deze kleine zwammetjes. Staat op Rode Lijst als kwetsbaar.

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Bnd.1, blz. 110 (foutief benoemd als: Inermisia fusispora).

26 februari 2009: Opnieuw Eierzakjes in het Roderveld (Twente)

Eierzakje
Nidularia deformis (Willd.) Fr.
Eierzakje door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)
Beschrijving:
In het Roderveld is het Eierzakje al drie jaar aanwezig op exact dezelfde plek, blijkbaar zolang het gekapte hout en de natte greppel aldaar nog maar het goede biotoop bieden. Als je ze echt gezien hebt, is het zoekbeeld ook duidelijk, zodat je precies weet waar je moet kijken. De meeste exmplaren in de greppel waren hun peridiolen al kwijt. De stevige buitenkant plijft het langst op zijn plaats. En ze zitten tot op zo'n 10 cm boven de waterspiegel. Op deze beschutte plek zijn ze enkele maanden toegedekt met het afgevallen blad dat zorgt voor een extra vochtig winterdekje. Op de plaatsen waar nu nog blad op ze ligt, zijn ze gevuld met "eitjes". Ze zijn gehecht aan afgestorven twijgen van bramen, dikkere takken van loof- en naaldhout en oude brandnetelstengels. Ook op zaag- en breukvlakken van een jaar oud hout. Bekijk ook de waarneming uit 2006.

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 622.
R. Philips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 255.

26 februari 2009: Massaal optreden Elzenkatjesmummiekelkje bij de Rossumermeden (Twente).

Elzenkatjesmummiekelkje
Ciboria amentacea (Balb.) Fuckel
Elzenkatmummiekelkje door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)
Beschrijving:
Bij de Rossumermeden, ten noorden van Oldenzaal, is groot stuk nieuwe natuur in wording. Hier is al een oud elzenbroekbos aanwezig. Op het nieuwe stuk liggen duizenden (half)begraven elzenkatten op de nog bijna maagdelijke, bemoste zandvlakte. Dit wordt aldaar het tweede jaar voor de natuurontwikkeling. Op veel elzenkatten zitten nu de mooiste Elzenkatmummiekelkjes. Het is nu blijkbaar de toptijd van deze soort: overal waar elzen staan, vind ik ze nu ook, maar nergens zo gaaf als in de Rossumermeden. Er zijn soms ook witte exemplaren bij, net als bij de Rode kelkzwam.
Het Elzenkatjesmummiekelkje is niet erg zeldzaam, maar we vestigen er hier de aandacht op, omdat je hem gemakkelijk over het hoofd ziet en in het vroege voorjaar nog niet genoeg naar paddenstoelen gekeken wordt!

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G. Keizer (1997): Paddestoelen Encyclopedie, blz. 60.
R. Philips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 274.

21 februari 2009: Cedergrondbekerzwammen in Capelle a/d IJssel

Cedergrondbekerzwam
Geopora sumneriana (Cooke) De la Torre
Cedergrondbekerzwammen door Aldert Gutter
Foto: Aldert Gutter (2007)
Beschrijving:
Op 21 februari werd in Capelle a/d IJssel door Joke Anema alweer de eerste Cedergrondbekerzwam waargenomen. Ad van den Berg meldt dat deze soort daar elk jaar op verschillende plaatsen te vinden is. Op zich is dat niet zeer uitzonderlijk, omdat de waarnemingsperiode in de gegevens uit het karteringsbestand ligt tussen 23 januari en 15 mei. De vroegste waarneming in Capelle was tot nu toe echter 22 februari en bijna alle waarnemingen van deze soort stammen uit het afgelopen, warme decennium. Deze relatief koude winter heeft dus kennelijk niet vertragend gewerkt. Ik roep iedereen op om weer eens goed op tuinen en plantsoenen met Ceders te gaan letten (vermoedelijk moeten ze minimaal 20-25 jaar oud zijn). De soort is in Nederland éénmaal met zekerheid gemeld bij een Nordmann-spar en uit Engeland is ie ook wel eens bij Taxus gemeld. Dit is echter zeer uitzonderlijk en suggereert dat er misschien toch nog sprake is van een tot nu toe niet geïdentificeerd verschil. Dus waarnemingen bij andere bomen dan Ceder zijn ook heel spannend (daarvan dan wel materiaal verzamelen voor nader onderzoek!). De waargenomen exemplaren waren niet fraai, daarom hierbij alleen een foto uit het website-archief.
Bekijk ook de eerdere meldingen in deze rubriek van maart 2007, april 2006 en maart 2004.

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 98.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Bnd.1, blz. 88.
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 34 (als: Sepultaria foliacea).

17 februari 2009: Blauwgroen rouwkorstje in het Buurserzand (Twente)

Blauwgroen rouwkorstje
Pseudotomentella atrocyanea (Wakef.) Burds. & M.J. Larsen
Blauwgroen rouwkorstje door Marian Jagers
Foto: Marian Jagers (2009)
Beschrijving:
In een dennenperceel aan de rand van het Buurserzand lag langs het pad een stapel naaldbomen. Aan de onderzijde van een van de stammen bleek een dunne, tweekleurige korst te groeien: blauw met lichtgeel(groen), resipunaat met een viltig oppervlak. Het geheel was zo'n 40 cm lang en 5-7 cm breed. Bernhard de Vries heeft de zwam voor mij gedetermineerd. Uit het Basisrapport Rode lijst Paddenstoelen 2008 valt niet op te maken of P. atrocyanea zeldzaam is, de soort is onbeschouwd gebleven. Bijzonder is deze vondst echter wel. Een eerste blik door de microscoop leverde het meest spectaculaire beeld op dat ik tot nu toe bij een korst heb gezien. In het preparaat waren zowel donkerblauwe als goudgele basidiën (met gesp) te zien en ook de sporen hadden beide kleuren. En dat alleen in water. Bovendien bevatten de basidiën grote druppels en hadden de sporen de meest woeste vormen. Sporenmaat: 6,4-8,6 x 4,8-6,5 mu. De sporen zijn dun tot dikwandig met ronde of gevorkte wratten soms ook stomp gestekeld. Volgens de beschrijving zouden de sporen pas in KOH blauw verkleuren maar bij hier waren ze van zichzelf dus al blauw. In het artikel in Coolia staat dat dit te maken heeft met de pH-waarde.

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
J.A. Stalpers & B.W.L. de Vries (1974): Pseudotometella atrocyanea: een zeldzame soort uit Jeneverbesstruwelen. Coolia 17(4) blz. 85.

3 februuari 2009: Roodplaathoutzwammen bij het Mortelsven (Zuid-Limburg)

Roodplaathoutzwam
Daedaleopsis tricolor (Bull.) Bondartsev & Singer
Roodplaathoutzwam door Alina Billekens-Starzynska
Foto: Alina Billekens-Starzynska (2009)

Beschrijving:
Vandaag, tijdens een wandeling rond het Mortelsven, gelegen in de bossen tussen Maasbree en Blerick, vond ik enkele takjes die van een Zoete Kers afkomstig waren met daarop de Roodplaathoutzwam. Het bos bestaat overwegend uit dennen. Rond het ven, dat een restant is van een oude Maas-arm, groeien zwarte elzen, berken, enkele beuken en eiken. Het ligt zo’n twee kilometer verwijderd van de plaats waar we afgelopen jaar de Roodplaathoutzwam hebben waargenomen.
Bekijk ook de waarneming uit 2008.
Begin maart werd de Roodplaathoutzwam gevonden door Gio van Bernebeek in het Filosofendal bij Beek bij Nijmegen. Een foto van deze vondst is toegevoegd aan de fotoserie (klik op de foto hiernaast).




Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1986): Pilze der Schweiz, Bnd.2, blz. 306 (als Daedaleopsis confragosa var. tricolor).

20 januari 2009: Zeer zeldzaam Kringmosoortje in Twents arboretum

Kringmosoortje
Rimbachia neckerae (Fr.) Redhead
Glad mosoortje door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)

Beschrijving:
Speurend naar mossen onder een Atlasceder op zure leemgrond lijkt het Gerimpeld boogsterrenmos bedekt met vogelpoepjes. Met de loep bekeken blijken het uiterst kleine kommetjes te zijn van ca. 1 mm doorsnee. Het herinnert me aan het Gerimpeld mosoortje, dat echter vele malen groter is. Er is weinig literatuur te vinden, maar het blijkt duidelijk één van de drie Rimbachia-soorten te zijn. Goed speurwerk vraagt tijd. Maar het onderzochte materiaal krimpt ondertussen tot niets en wordt snel onherkenbaar. Op de vindplaats hebben konijnen echter alles weggegraven. Er is niets meer te zien. Met hulp van NMV-ers en IVN-ers uit de buurt worden alle problemen toch opgelost. Door op het boogsterrenmos te letten, worden twee nieuwe vindplaatsen in het negentig jaar oude arboretum gevonden. Hierdoor zijn er genoeg verse mosoortjes voor fotografie en microscopisch onderzoek. We hebben een mooie en spannende dag. Het is de Rimbachia-soort met de grootste sporen. Slechts eenmaal eerder gevonden. Omdat het zo klein is. Op de kleintjes blijven letten dus!

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
G. Winkel (2009): Op je knieën voor de kleintjes. Coolia 52(4), blz. 180.
H. Knudsen & J. Vesterhold (red., 2008): Funga Nordica, blz. 240.
E. Horak (2005): Röhrlinge und Blätterpilze in Europa, blz. 204.

20 januari 2009: Oranje schijnoesterzwam rukt verder op...

"Oranje schijnoesterzwam"
Phyllotopsis nidulans (Pers.: Fr.) Singer
Oranje schijnoesterzwam door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2009)

Beschrijving:
Het Arboretum Poortbulten in De Lutte bij Losser is al bekend om het verschijnen van nieuwe plantensoorten. De paddenstoelen en mossen lijken er een inhaalslag te gaan doen. Nadat ik terug was gegaan om mijn vorige vondst nog eens in natuurlijk licht te fotograferen, liep ik bij toeval tegen een oude Tartaarse esdoorn aan. En op die stam ontwaarde ik tot mijn verrassing dus de vierde vindplaats van de "Oranje schijnoesterzwam" sinds de ontdekking van deze soort in Nederland in 2007! Dankzij het plaatje op de NMV-site herkende ik hem direkt. Zie ook de waarnemingen uit 2008 en 2007.


Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
B. Tolsma (2007): Verwacht en nu verschenen: Phyllotopsis nidulans. Coolia 50(4), blz. 185-186, 201.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 205.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Bnd.3, blz. 310.
C. Bas (1990): Lentinula. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.2, blz. 24.

7 januari 2009: Witte Fluweelpootjes bij Zoetermeer

Fluweelpootje, witte variatie
Flammulina velutipes var. lactea (Pers.: Fr.) Singer
Flammulina velutipes var. lactea door Alfons Smits
Foto: Alfons Smits (2009)

Beschrijving:
Door aanhoudende vorst was er mycologisch gezien weinig te beleven in de natuur. IJspret zegt mij vooral iets bij de Italiaan en ik was dan ook verheugd toen op 7 januari de temperatuur 's middags opliep tot zes graden. Regelmatig bezoek ik een voormalige puinstort, die d.m.v. van een laag grond is omgevormd tot het 'Buytenpark' en is ingericht met zeer veel liggende dikke boomstammen. Op een van deze stammen ontdekte ik een groepje witte zwammetjes waarvan ik in eerste instantie alleen de kleverige hoedjes kon waarnemen. Na plaatsing op de site van Waarneming.nl kreeg ik de tip dat het wel eens om de zeldzame witte variant van het Fluweelpootje zou kunnen gaan. Via Grieta Fransen is het materiaal toen terecht gekomen bij Eef Arnolds, die de determinatie bevestigde. Uit het Karteringsbestand blijkt dat deze variatie vanaf 1914 tot nu toe 17 keer is gemeld.

Klik voor een toelichting op paddenstoelenliteratuur! Literatuur:
C. Bas (1995): Flammulina. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.3, blz. 172.