Bijzondere Waarnemingen in 2003

30-12-03: Rode kelkzwammen in Rammekenshoek

Rode kelkzwam
Sarcoscypha coccinea (Scop.: Fr.) Lamb.
Foto Krulhaarkelkzwam
Foto: H. Joziasse (2003)
Beschrijving:
Sinds 1991 komen er Rode kelkzwammen voor in het bos van Rammekenshoek (Ritthem). Toch kan je wel spreken van een bijzondere waarneming, want deze zwammen komen maar op een paar plekken in ons land voor en al zijn ze trouw vrijwel elke winter aanwezig, het is altijd weer spannend welke verschijningsdatum ze nu weer uitkiezen! Bovendien is de Rode kelkzwam bijzonder in ons land, omdat het eigenlijk een soort is van het midden-Europees gebergte en nergens anders op zeespiegelniveau voorkomt! Er bestaat echter ook een dubbelganger die in het veld zelfs door kenners niet te onderscheiden is: de Krulhaarkelkzwam (S. austriaca (Sacc.) Boud.). Beide soorten kunnen op dezelfde vindplaats door elkaar groeien. Laat uw vondst daarom altijd door een specialist microscopisch determineren!

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
Volledige beschrijvingen van beide soorten zijn gepubliceerd in: Baral (1984): Z. Mycol. 50, blz. 120-122.
De Rode kelkzwam staat afgebeeld in: J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Bnd.1, blz. 122.
De Krulhaarkelkzwam staat afgebeeld in: E. Gerhardt (1999): De grote paddestoelengids voor onderweg. Tirion, blz. 638.

Najaar 2003: Eichleriella alliciens zoekt asiel in Nederland

Waskorstzwam (genusnaam)
Eichleriella alliciens (Berkeley & Curtis 1876) Burt 1915
Eichleriella_KLN.jpg
Foto & tekening: B.W.L. de Vries (2003)
Beschrijving (door Berhard de Vries):
Mijn eindejaarsuitkering bestaat vooral uit een stapel enveloppen met inhoud die Eef mij toestopt. Met die inhoud ben ik dan een groot deel van de winter zoet. Naast heel veel gewoons vind ik daarin soms wat leuks. Zo ook een berketakje gevonden in een Eiken-Berkenbosje bij Valthe (coörd. 258/541), waarop iets zat dat leek op jonge Cylindrobasidium laeve: platte schoteltjes met een licht rossig beigeachtig creme kleur. Bij het aansnijden was het materiaal echter wat wasachtiger en de rand was niet wit maar lichtbruinviltig. Onder de microscoop bleek al gauw dat er basidien en sporen waren van het Tremella-type (zie subpages/Afbeelding). Sporen 12-14 x 4,8-5,3 µm. Basidia 18-23 x 8-12 µm. Hyfen van trama lang hyalien in congorood 1,4-3,0 µm. Gespen lastig te vinden maar in de dunwandiger subhymenium hyfen duidelijker. Volgens Krieglsteiner (2000) heeft de soort een boreosubtropisch-tropische verspreiding en is drie maal gevonden in Baden-Württemberg; verder in Polen, Vietnam en Zuid-Amerika. Het is weer een zuidelijk type dat hier een thuis gevonden heeft.

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2000): Die Grosspilze Baden-Württembergs, Bnd.1, blz. 94.

06-10-03: Een bijzondere boleet bij Amerongen: Nieuw in Nederland !!

Geschubde fluweelboleet
Xerocomus moravicus (Vacek) Herink
Fijnschubbige fluweelboleet
Foto: J. Wisman (2003)
Beschrijving:
Dit is een boleet met een viltige, gele tot okerbruine hoed, met gele poriën en een gele steel die taps toeloopt, gestreept en vezelig is. Extra determinatiekenmerk is de sterke geur, die veel weg heeft van cocos. De Viltige boleet werd gevonden door Theo Reijnders tijdens de NMV-districtsexcursie in de berm van de eikenlaan die de naar het landgoed "Kolland" leidt. Het gaat om de eerste vondst van deze soort in Nederland. In 1999 is de soort voor het eerst in Vlaanderen gevonden. De Vlamingen hebben voorgesteld deze paddestoel de naam Viltige boleet te geven. Determinatie: Chiel Noordeloos & Jaap Wisman.

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Bnd.3, blz. 87.
O. v.d. Kerckhove (2001): Een boleet met geschiedenis: Boletus moravicus, AMK-mededelingen 2001.3, blz. 71 -81.

06-10-03: Krulzoomridderzwammen bij Amerongen

Krulzoomridderzwam
Tricholoma acerbum (Bull.: Fr.) Quél.
Krulzoomridderzwammen
Foto: E. van den Dool (2003)
Beschrijving:
Aangetroffen in een eikenperceel in het bos "Kolland" te Amerongen. Volgens de Atlas van Nederlandse paddestoelen is deze soort ernstig bedreigd en sinds 1980 zijn er nog slechts twee waarnemingen van deze soort bekend.
De paddestoel heeft evenveel weg van een ridderzwam als van een Gewone krulzoom (Paxillus involutus). De hoed is bruingeel en dik met een wat wollige, ingerolde rand. De lamellen zijn lichtgeel en vrij van de steel. De steel in bovenaan opvallend lichtgeel met een gelijkkleurige, sterk korrelige beschubbing. Het vlees is stevig en wit.

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa. Spectrum, blz. 40-41.
M.M. Nauta & E.C. Vellinga (1995): Atlas van Nerderlandse paddestoelen. Balkema, blz. 101.

13-09-03: Toverchampignons in 't Twiske

Toverchampignon
Allopsalliota geesterani Nauta & Bas
Toverchampignon door F.A. van den Bergh
Dia: F.A. van den Bergh (2003)
Beschrijving:
Sinds de eerste vondst in het Amsterdamse Bos in 1973 is de Toverschampignon op een toenemend aantal plaatsen te vinden. Op de foto's is de karakteristieke verkleuring te zien: het vlees verkleurt bij beschadiging eerst geel en na een halve minuut bruinrood.
In het Twiske, nabij Oostzaan, vonden we tijdens de NMV-excursie veel exeplaren die al bij het uit de grond komen aangetast bleken door een nauwe verwant van de door champigonskwekers gevreesde schimmel Mycogone perniciosa. De vruchtlichamen waren overtrokken door een dichte laag blastoconidia.

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
M.M. Nauta: Allopsalliota Nauta & Bas in: M.E. Noordeloos et al (2001): Flora Agaricina Neerlandica, Vol. 5, blz. 62-63.
W. Gams (1979): Het systeem van de Fungi. KNNV blz. 92-93 (vermelding en afbeelding van Mycogone sp.)

13-09-03: Amanita strobiliformis op Gunterstein te Breukelen

Franjeamaniet
Amanita strobiliformis (Paul.) Bertillon
subpages/AfbeeldING_KLN.JPG
Foto: M. van der Molen (2003)
Beschrijving:
Een witte amaniet die in eerste instantie niet zo op een Amaniet lijkt, vooral door de vele franjeachtige schubben op de steel. Maar daardoor is de soort juist goed te herkennen. Echte amanietkenmerken zijn verder de dikke, grijswitte velumplakjes op de hoed en afhangend van de hoedrand.
A. strobiliformis is een zeldzame soort, die is opgenomen in de Rode lijst als sterk bedreigd, maar die na 1990 toch nog op 6 locaties in Utrecht voorkomt.
Toen we deze Franjeamaniet vonden, hadden we nog geen 20 soorten waargenomen en we liepen wat te mopperen op het nieuwe versnipperbeleid van snoeihout dat de bodem onder een eikenlaan met een dikke laag bedekte. En uitgerekend tussen die snippers werkte zich deze prachtige Franjeamaniet omhoog! Determinatie: Gerard de Vries.

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
R. Phillips (1990): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, blz. 20.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1995): Pilze der Schweiz, Bnd.4, blz. 154.

13-09-03: Duizenden Geaderde leemhoeden langs een slootje bij Wijdewormer (N.H.)

Geaderde leemhoed
Agrocybe rivulosa Nauta
Foto Geaderde leemhoed
Foto: A. Gutter (2001)
Beschrijving:
De eerste waarneming in ons land werd gedaan door Gerrit Keizer in 1999 in Rotterdam. Inmiddels vinden we deze zwam op houtsnipperhopen en houtsnipperpaden op vele plaatsen in het land. Langs een sloot nabij Wijdewormer in de Zaanstreek ontdekte Jacob Butter deze week over een lengte van 200 meter tussen de zes en achtduizend exemplaren! Ze groeiden op met zwarte grond vermengde houtresten die bij het klepelen van bermbeplanting zijn ontstaan.
De soort is door Gerrit Keizer als Agrocybe spec. opgenomen en met drie foto's geïllustreerd op de in 2001 verschenen CD-rom 'De Interactieve Paddestoelengids'. Na diverse vondsten elders in het land werd de soort als nieuw voor de wetenschap beschreven in Persoonia 18(2) door Marijke Nauta van het Nationaal Herbarium Nederland.
Belangrijkste kenmerken: gerimpelde hoed, indien jong met grote afhangende ring en aan de steelbasis tot een schijnbeursje vergroeid velum, altijd met witte rhizomorfen aan de steelbasis. Belangrijk zijn ook de sporenmaten: gemiddeld 9-10,5 x 5-6 µm. Verwisseling mogelijk met de Populierleemhoed (A. cylindracea).

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
G.J. Keizer (2001): De Interactieve Paddestoelengids (cd-rom). ETI/Kosmos-Z&K/Natuur & Techniek. Amsterdam.
A. Benschop (2002): Bijzondere waarnemingen en vondsten. Coolia 45(3), p. 166.
M. Nauta (2002): Een nieuwe leemhoed op Houtsnippers. Coolia 45(2), p. 57-61.
M. Nauta (2003): A new Agrocybe on woodchips in North Western Europe. Persoonia 18(2).

02-11-02: Cistella deflexa nieuw voor Nederland

Rijpkelkje (genusnaam)
Cistella deflexa (Grad.) Raitviir
Tekening Cistella deflexa
Tekening: S. Helleman (2002)
Beschrijving:
Klik voor de beschrijving van deze soort op het plaatje: de begeleidende teksten worden dan leesbaar!
Dit zwammetje werd aangetroffen op esdoornblad tijdens de NMV-excrusie naar de Bemelerberg (L.) en gedetermineerd door S. Helleman.

Klik voor een toelichting op paddestoelenliteratuur! Literatuur:
P. Verheesen (2003): 2 november: Bemelerberg. In: A. Gutter (2003): Paddestoelen door de seizoenen heen. Coolia 46(3), p. 132.